Boekbespreking

Dit artikel is reeds verschenen in VVR Magazine

De aard van het paard
Schrijver: Stephen Budiansky
Uitgeverij het Spectrum
ISBN10: 9027476802 | ISBN13: 9789027476807

Natuurlijk zou je het boek zelf moeten lezen, maar omdat niet iedereen daar aan toe komt, hier een aantal interessante stellingen uit het boek. Dit "uittreksel" is natuurlijk nooit zo volledig als het boek zelf, maar je krijgt een idee waar het over gaat en misschien besluit je het alsnog te gaan lezen... Eigen inbreng in groen gedaan om de teksten "zuiver" te houden.

Het boek begint met een inleiding met daarin de tekst: "Dit is een nuchter boek, wat afrekent met een aantal romantische mythen rond Equus Caballus." En inderdaad, het gaat bijna niet over paarden, het gaat over wetenschap! De evolutie, de intelligentie en het gedrag van het paard. Ondanks dat, is het niet moeilijk leesbaar maar uitermate verfrissend en geeft een geheel nieuwe kijk op ons rijdier.
"Paarden zijn al zo lang omkleed met menselijk dromen, mythen, verlangens en sentimenten, dat de geschiedenis die wij als dé geschiedenis van het paard zijn gaan beschouwen, vaak niet meer is dan een verwrongen beeld van onze eigen verlangens." Dit is de allereerste zin uit het boek. (Blz. 11)

Zowel Kim, een hippisch journaliste, waaraan ik mijn boek had uitgeleend, als ik, hebben een aantal dingen aangekruist en daarvan heb ik deze boekbespreking gemaakt. Het is niet in exact dezelfde bewoording. Ik heb gekozen voor meest relevante onderwerpen voor deze site.

Domesticatie of co evolutie.
Er zijn drie stappen gevonden waar alle gedomesticeerde diersoorten aan voldoen. (kippen, koeien, varkens, paarden, rendieren, kamelen, katten, etc)
Stap 1 De diersoort heeft geen vast territorium, kan overleven met veel verschillende soorten voedsel, heeft een sociale organisatie met dominantie en onderwerping. Dieren die dit niet hebben, zijn nooit echt gedomesticeerd.
Stap 2 De diersoort zocht zelf de mens op om zijn voedsel te stelen en aangezien de mens op hun predators jaagt, als bescherming
Stap 3 Dan pas volgt de invloed van de mens, door selectief fokken, trainen, onderhouden, etc.
Conclusie Het samenwerken met de mens was het paard zijn idee en pas in een later stadium dat van de mens zelf. Co evolutie is de basis, dus toeval.... (vanaf blz. 17)

Het paardenras is met als enige reden niet uitgestorven door domesticatie. De mens (en haar goederen) heeft zich door middel van het paard kunnen verplaatsen over grotere afstanden, waardoor dingen als taal, geld, gebruiken en goederen verspreid zijn. Het paard was cruciaal in bijna alle oorlogen. De conclusie hieruit is, mochten paard en mens elkaar nooit zijn tegemoet gekomen, de wereld er voor beiden heel wat minder rooskleurig had uitgezien. (vanaf blz. 49 en 60)

Het bit is 500 jaar ouder als het wiel, wat er op wijst dat er eerder op paarden gereden werd, als dat ze voor de kar liepen. (blz. 52)

Wie suggereert dat dressuur iets onnatuurlijks is, heeft ongelijk, maar belangrijk is hierbij wel dat geen enkel paard dressuurmatige bewegingen uit vrije wil zal doen, tenzij het extreem emotioneel geprikkeld is. (Nerveus, hormonaal of doodsangst) en dat bv Hogeschoolrijden dus niets met de natuurlijke bewegingen te maken heeft. (blz. 67 en 68)

Socia ecologie
Het gedrag van gedomesticeerde paarden is duidelijk anders als dat van wilde paarden. Een groot deel is aangeleerd door de mens, maar zelfs het meest stereotiep en schijnbaar rigide gedrag, is uiteindelijk een door de evolutie ontwikkelde manier om een dier in staat te stellen tot interactie met zijn omgeving. Zo zal een verveeld paard in gevangenschap zich makkelijk wenden tot stalondeugden, welk hem een gelukzalig gevoel oplevert. (Endorfines worden zo in de hersenen opgewekt en maken het paard uiteindelijk tot een junk) Stalondeugdelijke paarden die behandeld werden met narcotica´s, vertoonden een sterke vermindering van hun stalondeugden (blz. 75 en vanaf blz. 94)

Paarden hechten zich slechts aan de mens bij gebrek aan beter gezelschap. Mensen zijn dus pas echt in de picture, als de sociale omgang met andere paarden verminderd is. Een sociaal verwaarloosd paard zal zeer snel een band met zijn trainer krijgen (blz. 79) En is dit niet meteen wat er gebeurd met onze paarden... We halen ze uit de kudde, sluiten ze op en zijn dan zó blij dat het paard onze vriend is....

Gedomesticeerde paarden zijn blijven steken in hun normale ontwikkeling, hetgeen verklaard dat ze ook op latere leeftijd graag spelen. Hierdoor staan ze open voor menselijk sport en spel, terwijl een wild paard wel iets beters te doen heeft (blz. 92 en 93)

Paarden zijn kleurenblind en zien enkel grijstinten, waarbij de kleuren verschillende grijstinten oplevert. Dit ten gevolge van een andere samenstelling kegeltjes staafjes. (blz. 106)

Paarden praten niet. Zowel ethologen als dierenliefhebbers hebben zich schuldig gemaakt aan antropomorfisme. Het paard onderscheidt enkele klanken, die het gebruikt. Zo kunnen ze klein en onschuldig klinken, door een veulengeluid te imiteren, of juist erg groot, door met veel kracht door de neusgaten te blazen. Hinniken zou er tussen in zitten, enkel als middel om zich kenbaar te maken. Geur zou een veel grotere rol spelen als geluid. (blz. 114)

Paarden hebben relatief grote hersenen. Helaas gebruiken ze het grootste deel om hun voeten op de juiste plaats te houden. Staand slapen en het coördineren van de juiste gangen, wendbaarheid en snelheid worden bestuurd door het onderbewustzijn ( blz. 129)

Een van de belangrijke paardeneigenschappen, waardoor we het paard iets kunnen aanleren, is habituatie, het leren omgaan met prikkels. De prikkels kunnen zowel positieve als negatieve invloed hebben, als geheel genegeerd worden. Door bv slecht gedrag te negeren, verdwijnt het. Door dit zelfde gedrag veel aandacht te geven, wordt het paard versterkt in zijn opvatting dat het belangrijk is en dus erger. (blz. 138)

Paarden raken erg in de war als ze gedwongen worden om keuzes te maken. Consequent trainingsgedrag is daarom cruciaal! Het paard heeft tijd nodig om op de juiste manier te leren reageren. Paarden raken soms meer gefixeerd op de trainer, in plaats van te doen wat de trainer vraagt. Korte trainingssessies met langere pauzes hebben bewezen betere resultaten op te leveren. (blz. 140)

Paarden die een middenpositie op de sociale ladder innemen zijn waarschijnlijk het beste af te richten, omdat zij het juiste evenwicht hebben tussen zelfvertrouwen en onderworpenheid. (blz. 142)

Door het paard zelf gekozen gangenwissels zijn niet op basis van snelheid, maar op basis van druk op het neerzetten van het been. (blz. 178)

Blessures zijn niet zo zeer afhankelijk van de hardheid of ongelijkheid van de bodem, als wel van de omstandigheden die invloed hebben op de vermoeidheid (blz. 183)

Paarden zijn in de loop der jaren niet zo verbeterd in de sport als bv de mens. Dit komt omdat het paard van nature gebouwd is om te presteren op het hoogste niveau van wat hart, longen en spieren aankunnen. Een intensieve training, verbetert geen prestatie. De grens van prestatie wordt meestal bepaald door de hoeveelheid warmte die het paard af kan geven. (blz. 188) Paarden hebben geen beperkende factor, zoals de mens. Alles is in balans om bij een maximale prestatie het maximale rendement uit het totale systeem te halen. Het is een volmaakt systeem, waarbij een bijna volmaakt evenwicht bestaat uit longcapaciteit, hart- en bloedsomloop vermogen en spiercelcapaciteit. (blz. 195) De absolute grens ligt bij het ademhalingsmechanisme. En daar kan geen enkele training iets aan veranderen (blz. 197). Vermoeidheid wordt soms opgevangen door een andere gang aan te nemen en daardoor een ander ademhalingsmechanisme te gebruiken (blz. 199) Mensen verbeteren nog steeds hun hoogte, verte en snelheidsrecords. Dit komt omdat de mens nog lang niet is uit-geëvolueerd. Paarden verbeteren al 50 jaar geen records meer, omdat ze al perfect zijn aangepast. (blz. 200) De enige te trainen grensverleggende lijn is de psychologische. Een paard kan zijn aangeleerde vermogen om pijn in vermoeide toestand te verduren. Net als bij de menselijke topsporters, ligt de uiteindelijke voorsprong van een toppaard niet zozeer in de fysieke kracht die uitputting voorkomt, alswel in het mentale vermogen om uitputting te negeren. (blz.203).

Wat het meest in het belang is van het ras, is niet altijd in belang van de economische belangen van de fokkers. Men dacht lang dat beide ouders een gelijke bijdrage leverden aan het genotype van de nakomelingen. Dit is niet zo, met name de eigenschap die te maken heeft met het energieverbruik in de spiercellen. (blz. 207) De genen met de energiehuishouding, de mtDNA, mitochondriaal-DNA , worden uitsluitend door de moeder doorgegeven. (blz 224) [Dit komt omdat deze bij de mannelijke zaadcel in de staart zit, en deze gaat de eicel niet binnen, waardoor hij dus niet mee smelt in het nieuwe individu]

Tot1941 stond het Quarterhorse stamboek open voor elk paard, ongeacht zijn afkomst. (blz. 213)

Bastaarden worden steeds beter ten opzichte van raspaarden. Als draf- en rensport niet stamboek gericht zouden zijn, zouden de bastaard al lang tussen de winnaars zitten. Kruising van rassen hebben zich al bewezen in dressuur en springsport. (blz. 217)

Het laatste hoofdstuk: De toekomst van het paard:
De 60 miljoen paarden die de aarde kent, zijn inmiddels gezelschapsdieren en niet langer oorlogstuig of werkhulpmiddelen. Dit brengt twee grote gevaren met zich mee: Sentiment en luxe. De vertroetelde en verwende dieren worden overvoerd, krijgen te weinig beweging en zijn zeker geen gelukkige dieren. De kennis van diergedrag, die de verstandiger mensen in de voorbije eeuwen rechtstreeks door praktische ervaring verkregen, is aan het verdwijnen. (blz. 226)
Laatste zin van het boek: Met de herintroductie
(terugplaatsing) van het paard in de gebieden van waaruit 6000 jaar geleden werd gedomesticeerd, is de cirkel van mens en paard weer gesloten. Een bescheiden maar passende herstelbetaling voor de soort die ons zo veel gegeven heeft. De terugkeer van het wilde paard naar zijn stamgebied zal een van de meest oprechte teken zijn dat de wetenschap ten slotte één kleine overwinning heeft behaald op de menselijke aard en de menselijk onwetendheid die niet altijd even gunstig hebben uitgepakt, noch voor onszelf, nog voor het paard ( blz. 228)

In samenwerking met Kim Moeyersoms


 

terug naar boeken

homenu