Back2Childhood: Het paardenvirus

In dit artikel wil ik jullie meenemen naar de oorsprong van de paardenliefde, de eerste infectie van het paardenvirus, wat -eenmaal geworteld in onze ziel- nooit meer uit te bannen is. Wát bepaald nu dit "Liefde op eerste gezicht" syndroom?

Op welke NHsite je ook terecht komt, als de instructeur/lesgever zich voorstelt, begint hij altijd met zijn eerste contact met het paard, veelal in de kindertijd. Soms kleine dingentjes, maar met grote gevolgen... Ook een goed voorbeeld zijn de DVDs "Het paard van Sinterklaas" en "Waar is het paard van Sinterklaas", behalve een amusante kinderfilm, is het een indringende boodschap over intergratie en kinderverdriet.

Ik kan u natuurlijk gaan vervelen met mijn eerste kinderstappen naar de paardenliefde, maar met uitzondering van mijn eerste gesproken woord, welke het paard van de buurman betrof (paa'dje, en mijn moeder mijn vader maar wijsmaken dat ik hem daarmee bedoelde...) heb ik eigenlijk geen B2C paardenherinneringen. Ik ging op mijn 13e les nemen in de plaatselijke manege om onder andere zaken uit te komen. Weinig romantisch dus.

Het fenomeen is echter wel heel sterk aanwezig bij de meeste andere ruiters. Waarom is die zoete zachte harige herinnering aan het eerste paardencontact nu zoveel sterker als met een hond, kat of konijn?? Omdat paarden tot de verbeelding spreken. Ze zijn veel groter als wij maar toch zachtaardig en vriendelijk, ze kunnen ons met hun kracht beschermen, vervoeren, liefde geven. Dit in ieder geval in de verbeelding van een kind. Een logisch denkende volwassene ziet het meestal niet zo romantisch. Die kan meteen uitrekenen wat zo'n groot dier in onderhoud moet gaan kosten en dat hij dat met zijn salaris niet gaat redden! Uiteindelijk wint dan toch het doorzettingsvermogen van het kind, lees zeurvermogen, en de pony komt er. Het kind blijft steken in de romantische fase, want ma voert de pony, pa mest hem mokkend op zijn vrije zaterdag uit en behalve gezellig poesten en lekker rijden, heeft het kind er helemaal geen werk aan. Kind tevreden, ouders tevreden, zo gaat het nu eenmaal. Vele verjaardagen, communifeesten, sinten en kerstdagen is het probleem van "wat geven we het kind" simpel opgelost. Een zadel, een cap, een zweepje, geld voor rijles bij een goed rapport, eigenlijk zijn de ouders voor jaren van de zorgen af. Want wat geef je nu aan een kind dat geen pony heeft?

En dan slaat langzaam het virus over. Omdat pa toch moet uitmesten en extra moet werken, koopt hij ook maar een paard. Omdat hij als kind nooit heeft mogen rijden van zijn ouders, én omdat hij graag naar westernfilms kijkt, koopt hij zich een echte Appaloosa. Met cowboyzadel en hoed. Niet zo'n dure hoed natuurlijk, het moet wel betaalbaar blijven. Vaders zijn nu eenmaal niet zo bang en pa gaat al snel met zijn kind op pony het bos mee in. Les heeft hij niet nodig en die knop op dat zadel is op zijn tijd ook erg handig. Als spikkel ineens ook blijkt te kunnen schrikken bijvoorbeeld. Moeder begint de lol er ook van in te zien, omdat haar oogappel er in zo'n rijjasje zo schattig uitziet op de wedstrijden. Ze heeft zo'n leuk contact met de andere moeders en hele zondagen praten ze gezellig over de kinderprestaties, die zo ondeskundig door de jury zijn afgekraakt. Ze gaat in het bestuur van de rijvereniging en vervult een belangrijke sociale functie als secretaresse of schatbewaarder. De tijd staat echter niet stil en de pony wordt te klein. Een grotere en vooral betere pony wordt aangekocht, want het kind moet onderhand die laagste proef eens uit.. De oude pony mag niet weg, want dat is zielig. Hij hoort tenslotte bij het gezin. Verder is het ook wel handig als er neefjes of nichtjes komen, die kunnen dan ook even op de pony. En je bespaart op een grasmaaier. Ook maar gelijk een handige trailer gekocht, want dan hoeft het gezin er niet meer zo onchristelijk vroeg uit de veren om de pony te gaan laden bij de clubaanhanger, achter de tractor, om vervolgens twee uur later op het wedstrijdterrein, drie dorpen verder, aan te komen. Het gezin heeft inmiddels geen eigen hobby meer, maar zolang niemand dat in de gaten heeft, is er niks aan de hand. Eindelijk haalt het kind met de nieuwe dure pony de punten voor de volgende klasse en dan begint de ellende pas echt! Het veelzijdigheidszadel kan echt niet meer voor de dressuur en ook voor de hogere springhindernissen voldoet het niet langer. Twee dure merkzadels komen er en er moet een stal komen, anders is de pony te vies als er gereden moet worden. Moeder is daar ook wel voor, want die staat elke zaterdag die pony uit te wassen en in te vlechten. Omdat de kids nu groter zijn en de paardenhobby uit de hand gelopen, neemt moeder ook weer een baan. Nog steeds heeft niemand in de gaten dat het paardenvirus onverminderd verder woekert...

Het kind wordt ouder, ook deze pony te klein, en de grote beslissing wordt genomen. Er komt een paard. Die moet natuurlijk wel op de manege gestald gaan worden, want de achtertuin is inmiddels te klein met twee ponies en een niet meer zo vaak gebruikt cowboypaard. Pa heeft er geen tijd meer voor en wordt ook wat te zwaar. Elke zondag heist hij zich namelijk met al die andere vaders op het wedstrijdterrein vol bier, dan is de zondag veel leuker. Of je nu voetbal kijkt of paard, bier kan altijd.

Het kind, inmiddels een knappe tiener, gaat "bij de groten" rijden. Maar langzaam sluipen de problemen binnen. De tiener wil namelijk op zaterdagavond op stap en zondags vroeg op is niet meer zo vanzelfsprekend. Ook het nieuwe vriendje vind die stinkende beesten maar niks. Ruzie, want pa dreigt het paard te verkopen als ze toch niet meer op wedstrijd gaat. Huilen, verkering uit maken, drie weken later zelfde discussie, etc. Ma, die inmiddels over haar paardenangst heen is gegroeit en les is gaan volgen, neemt het paard over. Aanvankelijk uit medelijden met het dier, daarna omdat blijkt dat ze toch wel talent heeft. De trailer staat er toch maar en al snel moet pa op zondag met ma mee naar dressuurwedstrijden. Omdat hij de man is, moet hij opzadelen, aan de hand rondstappen en uitstappen, ook aan de hand natuurlijk, want hij kon het paard anders wel eens verpesten. De kinderen zijn al lang de deur uit als pa en ma nog steeds paard rijden. Zo werkt het.

 

 

En dáárom is het belangrijk dat een paard tot de verbeelding spreekt van een kind. Hele doelgroepen leven ervan. Zonder deze kinderliefde zou het paard geen schijn van kans hebben, dan was het allang uitgestorven. Volgens antropoloog zijn babies zo schattig omdat dit de overlevingskansen bij het plots moederloos worden verhoogt. Ik verdenk de paarden ervan een soortgelijk evolutionair systeem te hebben opgebouwd. Je palmt de kids in en de rest volgt vanzelf. B2C is een evolutionair vastgelegd gegeven....

 

 

Dit artikel is eerder verschenen in het VVR magazine

 

next

homenu