"DRAVERTJE IN DE WOESTIJN", het grote Qatar avontuur

Een verslag van de Endurance World Cup Finals in Qatar.
De reis, de wedstrijd, het land, de sport, het paard. Ter plekke genoteerd.



HOOFDSTUK 1: DE VOORBEREIDING

DINSDAG, 11 NOVEMBER 1997.
Vreni Riedler staat op mijn antwoordapparaat. (De organisatrice, namens de staat Qatar.) "Congretulations Lotje Moerdijk, You are qualified for the Endurance World Cup Finals in Qatar!" Haar Zwitsers accent hoor je duidelijk door het Engels heen. Ik spoel het apparaat terug en luister nog eens. Ja hoor, ik heb het goed verstaan. Ik noteer het nummer en bel terug. Het blijkt dat enkele ruiters hun paard niet in orde hebben en dat het lijstje finalisten drastisch is ingekrompen. Daarom mogen de reserves mee. Ik had er echt niet meer op gerekend. Over anderhalve week al, vlieg ik met paard en groom (=assistentie) naar het Midden Oosten.
Met mijn dravertje, Touch of Tenderness, die ik juni '96 ingereden heb, reed ik in augustus '97 "zomaar" een 160 Km. Toevallig was dit een Selectie wedstrijd voor de Wereld Beker. Ze liep daar als een trein en werd tiende. Het was een zware, heuvelachtige wedstrijd in Göttingen, waar vele combinaties stranden.
In Nederland schreef ik geschiedenis. Ik was hiermee de eerste Nederlander die op de 160 Km een tweede paard rond kreeg. Touch was het twaalfde Nederlandse paard, die deze legendarische afstand overwon.

VRIJDAG 14 NOVEMBER.
Papieren, Visa, buitenlandsgeld, reserveringen, paard keuren, koffers pakken, hebben we wel een kist voor de spullen, hoe nemen we in hemelsnaam al dat voer mee? Voor het laatste nemen we de groene container. Die gebruiken we toch niet, aangezien we al jaren een compost hoop hebben.
Mijn collega en beste vriendin Miranda Kayser (Een Nederlandse Luxemburgse) gaat mee als groom. We gaan vaak samen weg. Als zij rijdt, groom ik (zoals in Frankrijk, België, Zwitserland) en als ik rij, groomt zij (zoals in Zweden, Duitsland en nu in Qatar). We kennen elkaar én de paarden als de beste. We hoeven niets aan te vertellen of te vragen: We weten precies hoe de ander het wil hebben. Beiden zijn we opvliegend (in tijd van nood, anders niet) en we accepteren het gemopper. Dit laatste is heel belangrijk, want je zit toch 10 dagen in stresssituaties op elkaars lip.
Langzaam besef ik dat ik records aan het verbreken ben. Zadelmak tot 1ste 160 Km in 14 maanden; zadelmak tot World Cup Finale in 17 maanden. Ik kan het even niet volgen: dit is onmogelijk!

MAANDAG 17 NOVEMBER.
Aangezien het niet geheel een risicoloze onderneming is, besluiten we het paard te laten verzekeren. Het bedrag is zo hoog, dat van alle benen röntgenfoto's gemaakt worden. Het is altijd weer even spannend als de foto's eenmaal aan de lichtbak hangen. Gelukkig heb ik een gezond paard en is alles in orde. Alleen zal ik wel ziek worden... Als ik de rekening krijg.
Ach, denk ik dan, verder is alles voor niets: de reis, hotel, stal, een 10 daags avontuur, wat uniek is in de paardenwereld. Officieel hoor ik er (nog) niet, maar het is een super try out voor volgend jaar.

DINSDAG 18 NOVEMBER.
Natuurlijk moeten we óók nog nieuwe ijzers. (Mijn gewone hoefsmid is niet zo familiair met de nogal spastische bewegingen die een draver gebruikt om (hard) vooruit te komen.) Dus waren we vorig jaar al naar een draversmid gegaan. Toy Merx uit Baarle Nassau besluit om zooltjes eronder te zetten, vanwege de rottige kleine steentjes. Ook geeft hij oorproppen mee en iets homeopathisch tegen stramme gewrichten en stijve spieren, wat ze onherroepelijk krijgen van zo'n reis. Fijn dat je zoveel tips en hulp krijgt. Iedereen is je graag van dienst.

WOENSDAG 19 NOVEMBER.
De RVV uit Weert komt mijn stapel papieren bestempelen en ondertekenen. Ook zij zijn onder de indruk van de hoeveelheid papieren. Nee, ze kennen alle papieren wel, maar alles in drievoud en nog allemaal extra dingetjes, het is nogal wat. De heren bekijken het paard en wensen me goede reis.
De vertrek datum komt angstwekkend naderbij. Vele kennissen (uit de endurancesport) bellen en schrijven om succes te wensen. Leuk dat iedereen zo meeleeft en zo blij voor me is. Ik zou ze het liefst allemaal meenemen!

DONDERDAG 20 NOVEMBER.
Jack Velings van IS Bergeijk komt met twee prachtige dekens aan. "Wel opdoen hoor, vooral voor de TV!" Ook krijg ik een doos aanstekers mee om uit te delen en wat Engelstalige folders van zijn bedrijf. "Zorg maar dat die Arabieren weten wie we zijn." De dekens zijn zo groot en wollig, dat ze maar nét in de kist passen. Onder in de kist ligt de scheermachine, want gezien de tochtige vlieghavens, is het beter om ze aldaar te ontdoen van hun natuurlijke bescherming.

 


HOOFDSTUK 2: DE HEENREIS

VRIJDAG 21 NOVEMBER.
Het is zover, kist ingepakt (ging niet dicht), koffer ingepakt (ging ook niet dicht, vanwege de drie paarden dekens die tóch nog mee moeten), tassen klaar voor onderweg. Paard inladen en om 9.15 vertrek ik heel alleen. Om 11.00 moet ik mijn groom Miranda ophalen bij de douane op Maastricht Airport, alwaar we ook de laatste berg papieren afhandelen. Om 11.30 vertrekken we via Aken, Keulen en Koblenz naar Frankfurt Airport. Daar komen we om 16.30 aan. Wachten. 18.00 koffers en kisten laden. Wachten. 19.00 papieren (ja, de héle stapel) en het FEI paardenpaspoort afgeven. Wachten. Wachten. Wachten. We horen de verhalen van de andere
n: "Er zou speciaal voor ons een paardenhotel gebouwd zijn. Luxer dan het Sheridon, waar de ruiters vorig jaar sliepen. (Daar moest telkens 30km gereisd worden om bij de paarden te komen.) Zoals de Qataris het vorig jaar vertelden, en hoe wij het nu van Alexander Stadler te horen krijgen, moet het té mooi om waar te zijn - zijn."
" Er gaan geen Franse ruiters mee, die boycotten het evenement omdat het te kort zou zijn. De 100 i.p.v. de gebruikelijke 160km zou de snelheid teveel opdrijven en de paarden de dood in jagen. Toch staan er tien fransen paarden klaar. Hoe dat dan kan? Na twee uur horen we de absurde reden: de Qataris hebben zelf géén paarden voor deze afstand (hun gebruikelijke "Desert Marathon" bedraagt "slechts" 42km en voor 100km zijn de paarden niet gefokt en getraind. De paarden worden dus in Frankrijk geleast en wat goed genoeg is, blijft in Qatar en wordt verkocht. Handel is handel. Tijdens het wachten zien we pinguïns, die bijgevoerd worden voor (of na?) hun vlucht. Ik realiseer me dat dit de eerste keer is dat ik een pinguïn in levende lijve zie. Ze zijn veel kleiner dan op TV, maar misschien zijn ze nog jong.
Het paard slaapt. Tijdens het wachten (16.30 - 23.30 = 7 uur) hebben we de veewagen verbouwd tot box. Bij het verbouwen van de bijna 20-jarige Renault, hebben we de inrichting zo gemaakt dat met één simpele handeling de ruimte veranderd tot één ruim vak van 3x2 m. Voor dit soort "wachttijden", die helaas vaker voorkomen, een ideale oplossing. De Engelse-Belgische Julie Maden, moppert over het lange wachten.
Uit liefde voor haar paard huurt ze terplekke een quarantaine-box voor D.M. 150. Miranda en ik kijken elkaar aan. "Ideaal, zo'n veewagen", herhalen we tegelijk.
Om 23.00 begint er schot in te komen. We gaan nog even met het paard wandelen en dan is het: richting vliegtuig. In een lange stoet rijdt heel Europa achter elkaar. Voor ons de Spanjaarden, achter ons de Italianen. Het laden van de paarden gaat per 3 tegelijk in een containerbox. Hier en daar zijn onrustige en soms boze paarden, maar de meeste gaan erin alsof het hun dagelijkse werk is. Mijn paard gaat er aanvankelijk goed in, maar stoot iets en raakt in paniek. De vakken zijn 70 cm breed en er hangen ook nog kussens in. De Stuart's zijn geduldig en wachten tot ze de moed weer gevonden hebben. Ze probeert het nog eens en ze staat erin. De eerste 10 minuten vindt ze het doodeng. Daarna ontdekt ze dat het eten van haar buurman kan stelen en vergeet ze heel het tumult. Mijn groom neemt afscheid. Die gaat pas morgen. Gun Karlson en haar man blijven bij Miranda in onze veewagen slapen. Inmiddels is het 01.00 uur geworden.
We worden als geheel gewogen. Alle bagage wordt gecheckt. Daarna moeten we door een metaaldetector. Hij piept: mijn zakmes is de boosdoener. Daarna ga ik bij het paard in de box zitten. Op een klapstoeltje in de hoek. In een ruimte van 3 meter bij 2.20 staan 3 paarden en zit ik. De box is van heel dik aluminium en voor de borst hangt een (vang)net. Aan alle kanten is de box open en dus luchtig.
Bijna 02.00 uur. Op gammele karretjes hobbelen we langzaam over het vliegveld naar de Lufthansa Cargo Airoplane. Het is mistig en het gelige licht van lantaarns geeft alles een mysterieus tintje. Het is nu koud. Gelukkig hebben we de paarden nog niet geschoren en hebben ze een deken op. Mijn luchtige zomerjas is nauwelijks warm genoeg maar je gaat toch niet in je winterjas naar de woestijn? Inmiddels hebben mijn paard en haar buurman een compromis gesloten: ze eten uitsluitend nog alleen elkaars hooi, want dat is natuurlijk veel lekkerder!
2.30: De grote ingang in de buik van de Boeing 747 staat gapend op ons te wachten. Gapen doen we trouwens zelf ook al. Ik verlang naar mijn sprookjeshotel, op een hagelwit strand aan een azuurblauwe zee. Voorlopig vernikkel ik van de kou. Hoe moet ik ooit weer wennen aan deze temperatuur, als ik na 10 dagen aan de zon gewend ben?
2.45: We stijgen op. Nee niet met het vliegtuig, alleen de box. Op een soort platte hijskraan gaan we naar boven, tot voor de ingang van het immens grote vrachtvliegtuig. Ik zit alleen (met 3 paarden) en geniet van alles om me heen: het uitzicht, de bedrijvigheid, de paarden, - die nu niet angstig zijn maar nieuwsgierig. Alles schuift over wielen. Van de aanhangers, op de hijskraan, van de hijskraan, zo het vliegtuig in. En dan schuift alles op zijn plaats, 7 containers lang, 2 containers breed, zolang de box schuift, zijn de paarden ongerust. Dat wordt nog erger als de 2de rij ernaast schuift. Het snerpende geluid en het gerammel zijn vreemd en onherkenbaar. Als eenmaal alles staat, is het weer rustig. Alles eet en doezelt. Boven in de Boeing is de cockpit (waar we zo bij kunnen komen zitten) en een aantal luxe stoelen. Het is daar aangenaam warm en alle stoelen zijn reeds bezet. Onder, achter de containers zijn nog eens 36 zitplaatsen (op pallets) geplaatst. Beneden is het onvoorstelbaar, niet te harden zo koud. Het waait aan alle kanten en de dekens blijven maar aanrukken. Als we eenmaal starten wordt dat nog veel erger.
De paarden hebben het lekker warm. Tijdens het opstijgen moeten we verplicht gefast in The Seatbells zitten. De paarden horen we niet. "Die zijn teveel onder de indruk". Zegt Alexandra. Ze is de dochter en groom van de andere Nederlandse ruiter: Fokeline Dingemans. Hun paard, Khairat is niet als hengst te herkennen. De volbloed Arabier is buitengewoon rustig. Ik geloof dat we hoofdzakelijk Arabieren aan boord hebben. Mijn draver valt qua ras erg uit de toon. We hebben straks flink wat te bewijzen tegen die zand- en zonpaarden.
3.15 We stijgen dus op. We zitten op de eerste rij, van de geïmproviseerde passagiersstoelen. Voor ons lijken de containers op ons af te komen. In paniek realiseer ik me, dat als die dingen niet goed vastzitten, wij de eerste zullen zijn die erdoor geplet worden. Als ik verder om me heen kijk, bekruipt me de angst nog meer. De binnenzijde van het vliegtuig is niet afgewerkt, zoals in een passagiersvliegtuig. Het doet nog het meeste denken aan een caravan, waar de voering van gesloopt is. Waar je ook kijkt, overal lopen leidingen en kabels. Alles open en bloot. De mededelingen omtrent de zuurstofmaskers en nooduitgangen even van tevoren, maakten het al niet makkelijker. Behalve het oorverdovend lawaai (oordopjes in), wordt nu ook de kou onverdraaglijk. Mijn vingers vriezen en ik wilde dat ik mijn wanten had meegenomen. De paarden hebben het gelukkig niet moeilijk. Touch of Tenderness eet graag de appeltjes, die ze krijgt om goed te slikken. Ook paarden krijgen verstopte oren.
Ja hoor, luchtzak. Net alsof de lift plots 6 verdiepingen tegelijk zakt. De paarden staan net als in de veewagen. Ze staan nog steeds elkaars voer te jatten. Heerlijk, wat een kwajongens,
6.00, Althans op onze horloge. Die van de piloot wijst 5.25 aan maar die staat dan ook op de greenwich tijd. We mogen allemaal om de beurt in de cockpit. De piloten zijn alleraardigst en leggen alles uit. We vliegen zo'n 900 kilometer per uur (1000 km is zo snel als het geluid en daar zitten we maar 10% onder...). We vliegen nu boven Turkije op zo'n 11 km hoogte (!).
Het is buiten -55 graden Celsius. Dus ook al is het binnen koud, het is nog altijd beter dan buiten.
Touch wil niet drinken, eet wel wat appeltjes. Ze wordt chagrijnig. In de box is het wel lekker warm en ik slaap daar maar even op het klapstoeltje.

??.00 uur. Alle idee voor tijd kwijt en niemands horloge klopt nog dus vragen heeft geen zin. Zojuist de derde maaltijd (in 5 uur) gekregen. Veel te veel gegeten maar wel lekker. Zalm, biefstuk, allerlei zoete wafeltjes. Veel te lekker. Ik ben vast aangekomen. Onder ons is zand, al een half uur lang. Als we hier een noodlanding zouden moeten maken, weet ik niet wat erger is, zee of zand. Hier en daar zien we wel wat leven, maar het is schaars. Zojuist zagen we grote cirkels, wel 30 stuks. Aan de gebouwen erbij vergeleken, moeten de cirkels tussen 300 en 800 meter groot zijn. Geen idee wat het is. Ik dacht eerst een waterzuiveringsinstallatie, maar er is hier geen water. Verder zag het er droog uit. Een nieuwe, onbekende wereld gaat voor ons open. De stewardess meldt dat het 18 graden is. Het voelt alleen koud aan, omdat de ventilator (die de lucht ververst voor paard en mens) zo hard waait. Onze vlag die we chauvinistisch aan ons kastje hadden gehangen, waait gedurende de hele vlucht alsof hij buiten hangt. Ik krijg een stijve nek en moet er niet aan denken hoe het paard zich voelt. In zijn minimale parkeerplaats is ruim bewegen onmogelijk. Misschien is het goed dat ze krap staat, want iedereen loopt hier door het vliegtuig alsof hij straalbezopen is, dus een paard in een ruime cabine zou onherroepelijk omvallen. Nu kan ze ontspannen overal tegen hangen, zonder het evenwicht kwijt te raken. Oeps... een luchtzak! . De stewardessen, het luxe eten en drinken, past totaal niet in de omgeving. We zitten in een vrachtvliegtuig maar dan met Royal First Class Service. De nette uniformen worden bedekt met dikke winterjassen ook voor het personeel is het een ongewone vlucht.
We vliegen nu pal boven een ondiepe zee met een prachtige structuur. (Koraal??). Nog even, dan zit de eerste vlucht erop. De kou uit, de zon in.
11.25, Qatar-tijd. Een kalme landing. Paarden bleven rustig. De enige die zo nu en dan een brul geeft is natuurlijk de mijne. Ze is altijd al rumoerig dus dit is normaal. We mogen niet bij het uitladen blijven. Met alle ruiters worden we per bus naar de grote hal van Doha Airport gevoerd. Daar leveren we alle passen in en wachten. De kleding en de muziek is zó anders. Op alle wachtafdelingen zijn mannen en vrouwen gescheiden. (Alleen de ruiters zitten door elkaar.) De mannen zijn gekleed in lang, smetteloos wit. De vrouwen zijn of zwart of fel gekleurd, luchtig gekleed. We wachten. Buiten lopen geüniformeerde soldaten met grote karabijnen. Het is warm maar niet heet. De temperatuur is prettig. Het ruitergezelschap is erg gemengd. Van blonde Zweden, tot donkere Spanjaarden. Natuurlijk weer één lastige Fransman, die meent dat hij grappig is en indruk maakt op ons, de vrouwen. Een Duitse ruiter is helemaal "John Wayne", Cowboyboots (maar dan ook echte!), een hoed, sliertjes jas, met eronder een sliertjes bodywarmer en een houthakkersbloes. Het ziet er niet uit. Ik heb zelf ook een hoed: Een "Indiana Jones" hoed. Ik heb natuurlijk weer mijn zonnebril vergeten.
Wachten. Al een uur. We hebben inmiddels allemaal een visa en nu wachten we op de bus terug. De paarden mogen niet van het vliegtuig af, voor wij weer terug zijn. Gelukkig hebben ze aldaar airco en verzorgt de chief Stewart ze goed. Toch wil iedereen maar één ding: naar zijn paard, paard eraf en verzorgen. Daarna wil iedereen graag in bad en slapen, want daarvan is afgelopen nacht niets gekomen.
De fel gekleurde dames zijn niet van Doha maar uit India of Pakistan. Dus de Qatarischen zijn zwart en gesluierd. Sommige hebben zelfs een leren masker, wat alleen ogen en de mond open laat. Enkelen hebben zelfs een zwarte doek over het hele gezicht. Heel griezelig. Kleine jongetjes zien eruit als de grote mannen. Witte jurken en slippers/sandalen. Ik heb mijn eerste overtreding gemaakt, doch Allah (of-zo) heeft het me vergeven: Ik maakte een foto van de welkomsbalie van de World Cup. Foto's maken mag hier niet. Wat zullen ze denken: Domme buitenlanders? De telefoon (mobiele) werkt hier op Qat-Qatarnet. Jawel, verbinding! Ik krijg echter alleen een niet te verstane juffrouw aan de lijn, die me zegt dat 't nummer niet bestaat. Waarschijnlijk is de toegangscode naar het buitenland hier anders. Mijn toeristenboekje "Qatar" natuurlijk weer in het vliegtuig laten liggen. De Fransman komt ons weer vervelen. Hij kan geen Engels en wij weigeren überhaupt iets frans te zeggen (uit principe!) Ik vertel hem dat hij maar Engels moet Leren, dat moesten wij ook. Maar ook dat verstaat hij niet. De kruiwagentjes zijn bedekt met Amerikaanse reclame: Pizza Hut, American Fried Chicken, etc. Overal hangen foto's en stickers van sjeik's en zo. Op de poster staat achter de naam van de sjeik, die het spul heeft georganiseerd: moge god hem behouden. De vliegen zijn hier net zo irritant als bij ons in de herfst. Zouden ze met ons meegevlogen zijn? Wachten. Twee uur al. Eef Schreurs probeert de paarden terug te krijgen. De veterinairen maken zich ongerust over de conditie van de dieren, die veelal ongeschoren en met een dek op nu in de 40 graden op ons wachten. De sfeer is moordend. Iedereen is bang voor wat de paarden nù meemaken. De vlucht ging prima, het dalen en landen zonder één enkel probleem. Eigenlijk was iedereen opgelucht. Dat is nu veranderd in zware ongerustheid. En waarom? Niemand weet het. De Quataris zijn onwrikbaar en geduldig. Wij niet. Tony Pavord weet dat het geen zin heeft om erover te discussiëren maar toch blijft hij met de chef praten. Die is toch óók paardenman en moet het toch willen begrijpen? Rotvliegen. Vreni Riedel is gearriveerd. En als ik zeg gearriveerd, dan bedoel ik ook gearriveerd: wapperende rokken, grote hoed, leuk jasje, mooie sieraden. Ze is aanwezig.
Eef begint nu toch een beetje giftig te worden. De paarden worden al uitgeladen en dat was niet de bedoeling. 15 ruiters mogen mee om te helpen. De rest moet wachten. Ik ben de eerste die meegaat. Terwijl we in de bus naar het vliegtuig rijden, zie ik in tegengestelde richting mijn paard voorbij komen. Twee Fransen zijn bij de paarden. Ik zie mijn paard niet, maar herken wel het nummer 1804 op de box. Ik probeer vergeefs een glimp op te vangen. In het vliegtuig, waar de temperatuur aangenaam is, ga ik in Khairats box en hoop, nee bid dat Alexandra mijn paard opvangt. Het is een chaos. De spanning is onverdraaglijk. Ik zit in een koel vliegtuig met twee witte Zweedse schimmels en de voshengst van Fokeline. De drie Arabische volbloeden zijn onrustig, maar een snoepje doet wonderen. Met één knip van mijn vingers, zijn ze stil en kijken ze hongerig mijn kant uit. Vooruit dan maar, nòg een snoepje. In het vliegtuig is aangenaam koel. De airco blaast op volle toeren. So far, so good. Tot nu toe hebben de paarden niets geleden, behalve het lange staan dan. Door de deuropening, zie ik de eerste boxen in de verte (in de zon) staan bij de aankomsthal. Weer maak ik me ongerust over wat er zich in box 1804 plaats vindt. De paarden zijn dorstig en nergens is water. Even later staan alle boxen in de zon. Er mag niet afgeladen worden, de begeleiders moeten IN de box blijven en door het gaas zie ik de wanhopige ruiters en diverse heftig discussiërend dierenartsen. Nee. Er gebeurt niets. Wachten. De kruier brengt uitkomst. De tank water uit het vliegtuig heeft hij spontaan bij de paarden gezet. Er is één emmer en de begeleiders rennen heen en weer. Tony Pavord, de Engelse teamvet, rent het hardst. De paarden drinken in één teug een volle emmer leeg. Eindelijk mag er afgeladen worden. Er staan diverse mega paardentrucks klaar. Ik zie Alexandra met mijn paard aan de andere kant van het hek. (Gaas met hele rollen prikkeldraad, het lijkt wel Libanon in oorlogstijd. Soldaten met karabijnen, hele strenge controle.) Ik sta aan deze kant met Alexandra's paard. Er begint schot in te komen. Ik probeer ook "het land" in te komen. Ik mag wel maar mijn handtas moet daar blijven. Dan wordt ik boos en hardnekkig. Oké, een douane wil wel kijken en daarna kan ik gaan. De douanepersoon kijkt me verontschuldigend aan en prevelt "I'm sò sorry." De mensen kunnen er ook niets aan doen. Ik vind ze, ondanks alle ellende toch wel aardig.
Mijn paard staat al in de truck. (Hoop ik, want ik was er niet bij). Ik ren erheen. De truck is al bezet door de chauffeur en twee Italianen. Ik mag mee, op de hoedenplank. Een Noorse wil ook en met z'n tweeën liggen we over elkaar heen. De 100 jaar oude Mercedes rijdt niet harder dan 60 en dat is hard genoeg. Gaten in de weg, rot-rotondes, stilstaande auto's op de weg, etc. De derde versnelling doet het niet en wordt telkens met veel geweld op zijn plaats geramd. Ik denk maar niet aan hoe de paarden zich voelen. Ik word murw. Op de rit van 50 km, slaap ik minstens de helft. Midden in de "Sahara", is een kunstmatige oase gebouwd. Een soort Beach-paradise. De weelde is niet in woorden uit te drukken. Ik haal het paard van de wagen. Ik verbaas me over haar fitheid. We draven over de weg. Ze is heel regelmatig en totaal niet stijf. Alle paarden stappen alsof ze net 2 uur in de veewagen stonden, i.p.v. anderhalve dag. Het is 6 uur in de avond. De paarden gaan op stal. Bagage is er nog niet, dus voeren wat er daar voorhanden is. Ik heb nog een beetje uit het vliegtuig over. Ze eten goed. Ongelooflijk, na zo'n lange reis, zo goed dat er nog uitzien.
- In de hal worden we opgevangen: foto maken voor het entreepasje. Iedereen staat vermoeid en verwilderd op hun pasje!

Reisevaluatie:
Op de wagen: 15 uur (09.00 uur - 02.00 uur)
Containerbox: 12uur+30 min. (02.00 uur - 11.30 uur - 16.30 uur minus 2 uur tijdsverschil.)
Op de wagen: 1+30min. (16.30 uur - 18.00 uur.)
Totaal: 15+12.5+1.5= 28 uur onderweg met nauwelijks beweging en veel stress.
23.00 Uur: (gegeten, verbaasd over de hotelkamer, bagage aangekomen, Miranda en Fokeline aangekomen, kortom: rust!) Het paard heeft een kou-aanval gehad, gevolgd door een gigantisch zweten en is nu het weer ijskoud. Volgens Tony een yetlag. Volgens de Duitse vet toch maar een dekentje. Ze eet, drinkt en plast goed. Niet ongerust worden dus. Doodvermoeid, maar dan ook echt kapot gebroken, ga ik om 01.00 uur naar bed. Slechts een half uur slaap in het vliegtuig en een half uur in de veewagen. Ook dit is Endurance! Het paard is stik chagrijnig. Mijn moeder is blij dat ik heelhuids aangekomen ben en ook huize Miranda durft te gaan slapen, Dit was de langste en vermoeiendste dag van mijn leven. Tevens de fascinerendste. Wie mag er nou gratis vliegen met zijn paard? Wie mag er de gehele vlucht bij zijn? Wie ziet er de woestijn op de manier zoals wij hem (gaan) zien? Wie baadt er in weelde, zoals de sjeiks het heel gewoon vinden? Dit wordt een waanzinnige week.

HOOFDSTUK 3: AANKOMST

ZONDAG 23 NOVEMBER.
Luxe went snel. Zeer Snel. Ik zit hier prins-eh sjeik heerlijk onder "mijn" eigen palmboom op "mijn" eigen strand. Hier kan ik best wel wennen denk ik. Tenminste als westerling. De vrouwen van hier zie je niet. Niet werken, niet zonnen, nergens niet. Het is alsof er geen vrouwen zijn.
We hebben ons eigen chalet toegewezen gekregen. Alles groot: tv met 30 zenders (BBC en CNN), 10 persoonsbank, éénpersoons bedden, die ze bij ons tweepersoons noemen. Een salontafel, een eet tafel met vier stoelen, een kaptafel, badkamer met alles en een keuken met niks. (Alleen de ijskast gebruiken we en het stopcontact voor de video en de telefoon.) Natuurlijk drie Airco's. Buiten als patio: terras, grasveld, buitendouche, een bank, terrasstoelen, een ligbed. Daarna strand en zee. Alles privé, bij het chalet. Elk chalet heeft op zijn eigen strand een palmboom met heerlijke schaduw.
Het hotel, wat wij gewoon "kantine" noemen, is zeer oosters met banken, kussens, foto's van de Emir en diverse sjeiks (persoonsverheerlijking?) De eetzaal is niet zo groot, maar wel tot de nok toe volgestapeld met het heerlijkste eten. Elke dag keuze uit drie soepen, tien warme maaltijden, twaalf salades en acht sausjes. Desserts zijn ontelbaar, de een nog lekkerder dan de andere. De ober zegt dat dit nog betrekkelijk eenvoudig is. "Je moet onze party's 'ns zien, dan komen er complete schapen op tafel!" Voorlopig zijn we hier wel tevreden mee. Dit krijgen we 's middags en 's avonds, elke dag anders. Je weet niet waar je moet beginnen: Miranda probeert elke warme maaltijd (vlees, kip, vis, schaap, kameel, en wat nog meer.) Ik hou het op de salades en de sausjes. Minimaal zes toetjes per maaltijd, want ze zien er zó lekker uit. Eén sausje kan ik niet thuis brengen. Het is heerlijk. Ik vraag wat het is. Kikkererwten met sesamolie, zalig.
Erg veel tijd om rond te kijken, krijgen we niet. Na de turbulente dag van gisteren, rennen we ook nu van hot naar haar, alleen vandaag is het een stuk leuker dan gisteren.
Vannacht hadden we poezen in huis. Wild zwerfkatten zijn er hier genoeg: Heilige Birmanen, Perzen, de mooiste die je kunt voorstellen. Wat wil je van zwerfkatten aan de Perzische Golf? (Wij hebben de Europese korthaar in Europa). We laten ze in het chalet binnen en genieten van hun pracht.
De mobiele telefoon werkt! Alleen moet je hier eerst de nul weglaten en dus klopt mijn programmering niet meer. Dat is zo opgelost en we bellen lekker naar huis!

Zondag 23 november: de Dag.
8.00: Inspectie van de paarden. De FEI paspoorten worden gecontroleerd. Een Frans paard (door de Nieuw Zeelanders geleast) heeft een verkeerd paspoort en mag dus niet meedoen. De rest is gelukkig allemaal in orde. Ook veterinair worden ze gekeurd. Alle paarden hebben de reis probleemloos doorstaan.
10.00: De inspectie is klaar. We gaan nu eerst de paarden scheren, want ze hebben het erg warm in hun Hollandse wintervacht. Touch vindt alles best (behalve het hoofd) en Khairat vindt het niks. Hij springt steeds weg, hangt in de draad van de tent, in het snoer van de scheermachine, kortom: hij Wil Niet!
De Zweedse schimmels laten een wit tapijt van haar na. Het lijkt wel een pak sneeuw. We vragen of ze zich zo beter thuis voelen? Alle buitenlanders zijn dom. Wij hebben onze eigen scheermachine meegenomen én een internationale stekker. De ander hebben veelal ook scheermachines meegenomen of geleend. Géén stekker echter! We zijn met twee paarden klaar, als de rest nog moet beginnen. Fokeline heeft een blauw been. Bij een van de sprongen voorwaarts van een nerveuze Khairat, was hij boven op haar terechtgekomen. Gelukkig valt het allemaal mee.
14.00 Onze eerste meeting: we worden welkom geheten door Generaal Aziz, Vreni Riedler, Tony Pavord en Eef Schreurs. Een heel verhaal over het ontstaan (waar we weinig van kunnen volgen), veel eerbetoon aan diverse sjeiks die de wedstrijd hebben (laten) georganiseerd, de route hebben (laten) uitgezet, etc. Verder technische details omtrent de rit: plaats van water (elke zes km), waar de auto's mogen komen (overal, als je maar niet vast komt te zitten), hoe het parcours loopt, (tussen twee touwen, kan niet missen: je kunt er niet uit!).
Hoe de vetgates (controles) zijn ingericht: schaduw, ijs en water zijn primair. Het parcours bestaat uit twee lussen van 25 km, die elk twee keer gereden worden. De start, alle vetgates (behalve één extra vóór de finish) en finish zijn op één plaats. Daar staan ook de tribunes. Afsluitend aan de meeting komt de baas van het hele spul: Sjeik Shael bin Khalifa Al-Kuwari binnen. We worden gesommeerd flink te applaudisseren. Het is een bescheiden, bijna schuwe man. Hij wordt gevolgd door enkele bedienden met leuke gekleurde tasjes: cadeautjes voor de ruiters en grooms. Elk tasje heeft als inhoud: 2 T-shirts, 2 petjes, 2 sleutelringen, 2 speldjes en een heleboel stickers. Allemaal bedrukt met het World Cup logo van Qatar. Heel mooi!
15.30 uur: we gaan rijden voor het donker wordt (dat is hier héél vroeg.) We gaan niet zo ver, alleen stappen, om de van de reis vermoeide paarden niet teveel te belasten. Wat schetst onze verbazing: de paarden zijn niet te houden. Ze zijn knetter gek. Mijn anders zo rustig dravertje is zo gek als een deur. Ze steigert en bokt, wil maar één ding: rennen. Ik begin me al af te vragen hoe ik in hemelsnaam de start door kom. Toch maar een bitje in, wat de laatste tien maanden niet meer hoefde. Het halster, waar ze normaal mee gereden wordt, redt het niet. De paarden zijn buitengewoon fit. Is het scheren de oorzaak? Of het afreageren van de reis? Zijn de paarden misschien blij met het heerlijke weer? Waarschijnlijk is het de woestijn, waar zandvlaktes zich uitstrekken tot aan de horizon en het eind niet in zicht komt, maar vervaagd in het zand zelf. Het zand valt mee, het is niet zo zwaar als gedacht. Sommige stukken zijn zacht, andere hard. De overgang is gevaarlijk. Aan de kleur van het zand kun je zien wat er te wachten staat. De eerste paar keer struikelen de paarden licht, maar al snel wennen ze en letten ze op. Het rijdt heerlijk. Absoluut niet wat we verwacht hadden. We zien de ondergaande zon, knaloranje! Hij zakt langzaam in de immense zandhopen. Het is allemaal niet te geloven. Na drie kwartier zijn we terug bij de stallen. Die staan op een afgezet stuk grond en bestaan uit de normale opzetstallen met een grote witte tent erboven. Alle zijkanten zijn open en het waait lekker door. Het hele terrein is verlicht. Er is genoeg plaats om te rijden en om te longeren. Er staan grote koele watertanks (duizend liters); er is een grote tent met hooi, stro en voer. Je mag pakken wat je wil. Dat is normaal wel anders. Bij de ingang van het terrein staat een gewapende soldaat. Zonder pasje kom je er echt niet in. Bij elke paal van de tent, de stal, de omheining, vlaggen, etc, staan potten met planten. Alles is groen en wordt met liefde dagelijks van water voorzien. Het ligt buiten de muren van Sealine Beach Resort, De S.B.R. is als een kunstmatige oase. Buiten de muren ligt de woestijn, uitgestrekt in duizenden kilometers. Binnen de muren lijkt het een paradijs: groen, luxe, royaal en overbluffend. De oase heeft een oprijlaan met slagbomen. Het hotel is groot en omgeven met villa's enerzijds en chalets anderzijds. Alles wijd uit elkaar en dus ver lopen. Achter het hotel ligt een zalig zwembad met lekkere terrasjes. De tennisbaan, sqashhal en andere faciliteiten staan tot onze beschikking. We hebben er helaas geen tijd voor. Alleen zwemmen in de zee moeten we echt doen. Alles zit vol, hotel, alle villa's en chalets. Enkele mensen slapen in Doha (50 km verder). Ons chalet, No 34 ligt voorbij het hotel De paarden staan ± 1 km verder en we lopen al dat lekkers er wel weer van af. Hoe raak je calorieën kwijt: pasje kwijt 60 calorieën (= 3x lopen); met paard door het zand wandelen: veel calorieën; water halen: ook wat, etc.


De mensen zijn aller-aller vriendelijks. Iedereen groet en zegt gedag. Het zal wel schijn zijn, want men verwacht natuurlijk fooi aan het eind van de week. De midden- Oosterling is vriendelijk, goedlachs en buitengewoon humoristisch. Wij, westerse vrouwen hebben geen last van de vrouwen- "onderdrukking". Er wordt uitgelegd dat een man meerdere vrouwen kan hebben, maar niet andersom. "Dat is natuurlijk: kippen, paarden, mannen hebben meerdere vrouwen nodig", logisch toch? De "Sjeiks" (zo noemen we alle hooggeplaatste witte jurken) zijn ook erg aardig. Sami is in Nederland geweest. Deze General Organisator spreekt enkele woorden: "hel goed en gen problem". Ook de pr sjeik is zeer vriendelijk en heeft ons alleen op de auto lang laten wachten.

We sparen de ½ liter waterflesjes, die we aan tafel krijgen. Er staat op "product of Qatar". We vullen ze met woestijnzand en hebben dan waanzinnig goedkope souvenirs. De nacht kleurt oranje. In de verte branden oliebronnen. (Afval en reststoffen verwijderen). Het is alsof de zon de hele nacht ondergaat. Bij de stallen is het dag, door de vele TL-lampen in en rond de stallen. Alles bij elkaar raak je beetje bij beetje het gevoel van tijd kwijt. Bovendien is het om 17.00 uur gelijk pikkedonker!

MAANDAG 24 NOVEMBER
07.30 Uur opgestaan ontbijt overgeslagen (ik zat nog vol van gisteren). De koffer met enkele dekens sjouw ik met me mee. In plaats van die een kilometer te dragen, wordt ik opgepikt door Bertol Carlsson, de zweed. In zijn zojuist ontvangen nieuwe Honda-jeep, brengt hij mij naar de stal.
08.00 Uur Fokeline en ik rijden de woestijn in. We zoeken de hoogste berg uit en rijden er naar toe. De paarden zijn nog enthousiaster dan gisteren. Het is inderdaad de vlakte die ze aanspoort. We hebben licht en zwaar zand, maar alles valt mee. Overal liggen glazen flesjes Pepsi cola. De sjeiks zijn hier niet zo milieubewust en mieteren alles uit hun terreinwagen. Licht of zwaar, vlak of bergen, het valt eigenlijk allemaal wel mee. De paarden blijven als 'n dolle lopen. We zijn op de hoogste (zand)berg aangekomen. Het uitzicht is overdonderend. Zo ver als je kunt kijken, zand en water. Enerzijds de zee en anderzijds de volgelopen bekkens met regenwater. Overal liggen schelpen en koraal. Hier liep vroeger de zee. We moeten op tijd terug zijn om het parcours te verkennen. Om halfelf staan we klaar en blijkt het helemaal niet voor ons te zijn. De officials moeten het goed keuren. Dan maar zwemmen in de zee, op ons eigen strand. Fokkeline, Miranda en Alexandra zwemmen, terwijl ik het te koud vind en foto's maak. Ineens vliegt er een school vliegende vissen om hun oren. Het is heel gek, de vissen maken salto's alsof het dolfijnen zijn. Ze springen van links naar rechts, over de benen van de zwemmers! We zien drie strandjes verder de Zweden zwemmen. Iedereen heeft lol. Oh, wat is het leven van een endurance ruiter toch zwaar! We horen een stem vanuit het chalet het is de schoonmaker :"of hij mag poetsen?" "Ja hoor, dat mag...!"
We lachen om onze arrogantie en genieten van de macht. Die kunnen we thuis wel gebruiken, iemand die mág poetsen.
11.30 Uur: Uit de gebeds luidspreker klinkt "ajajaaaa". Hij gaat telkens een toon omhoog. We vragen ons af of hij geen wijs kan houden of dat het zo hoort.
14.00 Uur: We staan alvast klaar voor de excursie. Gisteren was de bus die we hadden voor de Doha, al weg vóór de geplande tijd. De Qatari laten iedereen wachten, maar zijn ook weleens te vroeg weg, lastig. Enfin, we wachten het halve uur op de stoep, zeker weten dat niemand zonder ons vertrekt naar de stallen van de Emir, waar zoals beloofd de mooiste paarden van de wereld zouden staan. "Sorry gaat niet door, de Emir gaat vanmiddag zelf en dan wordt er geen bezoek toegelaten." Tja, daar staan we dan. Dan maar naar de kamelen race. Hiervoor zitten we een uur in de bus, waar we veel te horen krijgen over het land en de mensen. De kamelen race is spectaculair. De tribunes zitten vol, maar nog meer mensen zitten in hun Jeep met draaiende motoren. De berijders van de kamelen zijn niet ouder als zeven(!) jaar. Het parcours is 5 km lang. Zadels hebben ze niet. Dekens worden met touwtjes achter de ellebogen en in de liezen vastgeknoopt, de jongetjes zitten er "los" op en houden zich aan de touwtjes vast. We zien de finish van een race en we bekijken met rare ogen hoe de jochies van de kamelen gerukt worden (die los doorlopen achter de rest) en op de volgende kameel gezet worden. De race begint. De rare beesten hobbelen in galop nog aardig hard. De kinderen hebben een verveelde blik. Ze vinden er niets aan. Naast de baan, links en rechts vindt nog een andere race plaats: die van de toeschouwers. Alles rijdt door elkaar, rijdt en kijkt tegelijk. Onze bus wurmt zich door het gedrang, snijdt Jeeps af dat het een lieve lust is en remt vaak hard om niet met andere afsnijders in botsing te komen. Voor ons rijdt de filmploeg voor de sjeiks op de tribune, achter ons de ambulance. Wij rijden op de binnenbaan, tussen de sjeiks, ministers en emirs. De buitenbaan is voor het gewone volk. Gokken is hier verboden. De kamelen gaan of ze gaan niet. Schuimbekkend, vaak met een windvanger centenbak, galoppeert of draaft het schip der woestijn over de racetrack. Dan wint er iemand. Niet echt de snelste, maar het wil tenminste nog lopen! Na afloop willen de Amerikanen, de nieuw Zeelanders én de Italianen met de kamelen op de foto. OP de terugweg beleven we (volgens de Nieuw Zeelanders) the experience of a lifetime: de dames moeten naar het toilet! Laten ze dat nu niet kennen in Qatar!! We stoppen bij een tankstation. De mannen gaan en de tour operator moet gaan onderhandelen over het dames-plassen. Het lukt en vervolgens maken we kennis met de vieste toiletten ter wereld. Een zeer penetrante lucht stijgt op uit het gat in de grond. Bah! De tourman noemt nu toilet "moge niet", want zo verstond hij ons. We laten hem maar in de waan. "No worry, chick'n curry" vertalen we nogal vrij in "helaas pindakaas".
Eef verteld ons over zijn uitnodiging van een der sjeiks: Trackriding. Dit is naast de races, dé grootste hobby van de Qatar sjeiks. In de modernste jeep werden Eef en Tony meegenomen over de vlaktes (150 km per uur), over de zandbergen minimaal (60 km per uur anders zit je vast) en op de zandberg (waar de auto vanzelf weer naar beneden schuift). Vaak het hoofd gestoten, misschien een beetje misselijk maar wel uniek.
Bij thuiskomst staat eindelijk onze auto klaar. Al twee dagen wachten we vijf minuten. Een blauwe Jeep Cherokee, zó uit de showroom, volledig automatisch.

Fokeline en ik gaan de paarden nog even longeren. Kairat is braaf, maar Touch kent dit niet zo goed. Ze loopt snel. Ineens springt ze over het touw, zit vast, en raakt in paniek en wordt 100 meter verder weer door het Jordaanse team weer gevangen. "Vrouwen kunnen ook niets", zie je denken. Mijn paard is mooi met haar geschoren lichaam. De ogen zijn groot en zwart, ze is totaal anders dan thuis. Ze is wild en nerveus, rennerig en boos. Ze drinkt goed, eet bijzonder graag en wil geen Electrolyte drinken. Met een spuit krijgt ze haar portie onder dwang. Zonder Electrolyte droog je hier uit, hoeveel je ook drinkt (als paard.) Naast Touch staat nog een draver uit Noorwegen. Verder hebben de Spanjaarden noch wat inheems bij zich. Alle paarden zijn Arabisch. De leasepaarden kosten U.s. dollar 2300,- per stuk. De Fransen worden rijk van de twaalf verleasde paarden. Maar dan moeten wel de papieren in orde zijn, vindt de Nieuw Zeelander, die nu wacht op een paard uit Koeweit of Jordanië. Verkoop kan niet. Boete: U S dollar 10.000,- per verkocht paard. Jammer voor de Franse handelaren. We eten, we slapen. Morgen is het weer erg vroeg dag.


HOOFDSTUK 4: QATAR

DINSDAG 25 NOVEMBER.
06.00 Uur (Ned. tijd 04.30!) De wekker gaat. Aangezien we om 09.00 uur een afspraak hebben om alsnog de paarden van de Emir te gaan bezichtigen, moeten we erg vroeg gaan rijden. Het zware zand pakken we hard aan. In volle galop rijden we over het zand, de paarden vinden het prachtig. Helemaal gelukkig en tóch nog proberen om harder te gaan. We laten ze niet voluit gaan. Ze moeten nog wel energie hebben voor de race over enkele dagen. De watertanks om de 6 km worden geïnspecteerd en we gaan straks klagen: je kunt het paard niet uit de kraan laten drinken (later horen we dat de drinkbakken die onder de kranen past pas op vrijdag er staan. De bakken waaien anders vol zand, of zelfs weg!) De laatste kilometers stappen we. De paarden zijn drijfnat van het zweet. Vanaf nu gaan we de electrolyte-(=zoutoplossing) hoeveelheid verdubbelen. De paarden stappen snel door het zware zand. Ze lijken onvermoeibaar: nat en hijgerig, maar nog steeds zeuren: "mogen we weer?" Op stal meten we de hartslag. Die van Kairat is 52, en die van Touch is 90! Moe is ze niet, maar heel erg boos. Haar stalgenoot is er niet. Ze is erg gek op haar Noorse vriendin, die haar buurvrouw was in het vliegtuig en hier op stal ook weer ook naast haar staat. Bovendien heeft ze honger en is ze het nergens mee eens. We denken dus niet dat ze moe is en maken ons er niet langer druk over.
09.00 Uur We rennen om klaar te staan. We krijgen een privé-chauffeur in onze eigen auto. Hij brengt ons naar de Al Shaqab Stud, waar de "Royal" paarden staan. Het terrein is overweldigend mooi, de stallen koel en overzichtelijk. In elke box hangt een ventilator. Behalve stalknechten hebben de paarden ook een "smoezelaar", iemand die de hele dag met de paarden speelt, aait, friemelt. en wat nog meer. Het zijn allerliefste, een tikkeltje verwende paarden, die bijna allemaal niet echt zijn, zo mooi. De prijswinnaars van de WK shows, stammoeders en dekhengsten worden ons persoonlijk voorgesteld. De knechten brengen ze een voor een naar de graspaddock, die dienst doet als showring. De showmaster brengt ze voor, stelt ze op en laat ze de halsspieren aanspannen. Hij vertelt erbij hoe goed ze zijn en wat ze waard zijn. We krijgen de toekomstige winnaar van de World Show Parijs te zien en echt, ik heb nog nooit zoiets gezien. Zó rank als een gazelle, een koppetje van goud, een huid van zijde. Het bruine merrietje is 1½ jaar oud. Na de paarden, bezichtigen we de andere stallen, die als een soort kasteel opdoemen. Prachtige galerijen, antieke koperen sloten, alles even mooi afgewerkt. Nergens een strootje of zaagseltje. Niemand werkt maar het zal wel te warm zijn. We krijgen een prachtig boekje met alle paarden van de Emir erin. Een kostbaar kleinood met goud op de kaft en alles in luxe kleur.
" Onze chauffeur" brengt ons naar de Rij- en Race club van Qatar, die tevens organisator is van de E.W.C. (Endurance World Cup). Daar krijgen we een rondleiding van een man, die zo'n tweehonderd paarden bij naam, vader, grootvader, tak van sport en prestatie noemt. Halverwege zijn we het eigenlijk beu, maar beleefdheidshalve luisteren we braaf door.
Op de terugweg (we zijn te laat voor de lunch) rijden we 160 KM per uur. Daarbij halen we een politiewagen in, die zich keurig aan de toegestane snelheid van 120 KM per uur houdt. We vragen ons af wat de boete voor te hard rijden is? Daar doen ze niet aan. Als je een goede reden hebt, mag je zo hard rijden als je maar wilt.... Je weet natuurlijk nooit wie je aan moet houden, de sjeiks mogen zo maar niet op de vingers getikt worden. Wat een land! In de stad is file. Geen probleem, rijden we toch over de stoep... Inderdaad, op elke hoek staat een politiewagen met een ongeluk. Alles rijdt hier in peperdure Jeeps en rijdt overal overheen, op, tegen en over. Umm is het Arabisch voor moeder, Fokeline is onze "Umm". We noemen haar zo en het klinkt reuze leuk.
14.30 uur We maken ons klaar voor de " Dress Rehersal Parade". Donderdag is de echte parade. De prins komt kijken en er mag niets fout gaan. In volgorde van land moeten we binnenkomen. We draaien de oefening twee maal voordat we goed en wel op de plaats staan. Alle paarden moeten aan de muziek wennen. Alleen daarvoor is de Militaire kapel aanwezig! We poseren overal voor de pers. Barbel Büchting gaat ook voor de hoefslag een artikel maken. Ik heb haar het nummer gegeven. Ze is correspondente voor Duitsland, Zwitserland, Oosterijk (en nu ook Nederland?) Eef heeft een strooien hoed op, tegen de zon. Het past niet echt bij zijn kostuum. Hij zal het wel warm hebben! We willen in het team van Tareq Taher van KSA (Kingdom Saudi Arabie) en Talal Abdel Hameed Al Dashth uit Koewijt. (Eef zegt tegen Tarek dat hij van "zijn" vrouwen af moet blijven. James Bryant, de FEI dierenarts, zegt dat hij geen vier vrouwen mag hebben. Eef antwoordt met: "jawel hoor, we zijn hier in Qatar!" James mompelt, "oh ja, dan mag het." Beide mannen lachen....) Met Hanna, de Noorse, gaan Fokeline en ik nog een woestijn blokje om. Het blijkt dat Uni's Daughter en Touch of Tenderness perfect samen gaan. De twee (enige) dravers gaan schouder aan schouder. Beiden vinden ze de Arabieren maar niks, racisten! De Scandinaviërs (Touch uit Zweden en U.D. uit Noorwegen) hebben iets tegen die kleine wilde paardjes en trekken een arrogante bakkes. Hanna zegt dat haar paard nog nooit zo dicht bij een ander paard heeft gelopen zonder het aan te vallen.
19.00 Uur We krijgen het programma boekje. Mijn naam is wel erg Arabisch gespeld: Mrojk Lodge. Ik denk telefonisch doorgegeven! De meeste andere namen hebben spelfouten, maar mijn naam is ongeveer niet terug te vinden. We maken met Tareq een afspraak om te gaan picknicken aan zee. We gaan zonder zadel zwemmen en Abdul zijn groom zorgt voor eten + ijskoud drinken.
22.00 Uur Miranda dementeert. Vanmiddag zocht ze tevergeefs naar haar zonnebril, die al die tijd op haar hoofd stond; ze is steeds de kaart kwijt en nu zoekt ze al tien minuten naar het lichtknopje, welk aan haar voeteneinde, op ooghoogte zichtbaar is! (Sami says: "If you're Dutch, you're not much." We hebben nu eenmaal een krenterige reputatie in de hele wereld...)

WOENSDAG 26 NOVEMBER.
Om 6.15 op, steeds vroeger! Om 7.00 á 7.30 gaan we rijden. Tareq, Christine Janzen (Canada), Fokeline en ik te paard, Miranda, Alexandra en Abdul in de Hummer. Mister Janzen in zijn jeep doet wat ruig, door de zandbergen wat op en af te rijden. Twee keer rolt hij net niet naar beneden. Christine houdt haar hart vast. "He can't drive in a jeep at all!" Op de picknikplaats gaan Miranda en Alexandra bij Janzen in de jeep. Die vinden we uren later pas terug. Tijdens de picknik maakt Fokeline zich ernstig zorgen. Tareq en ik weten zeker dat de Canadees niet verongelukt is. Hij zit met zijn domme rijgedrag vast ergens in het zand vastgegraven. Khairat blijft met zijn teugel in het reservewiel van de hummer zitten. Hij wilde graag Nanouk (Tareq's paard) aanvallen, maar kon er net niet bij. Christine moet terug. Haar leasepaard mag maar één uur wegblijven. "Of ze per uur leased?", vragen we. Ze lacht en vertrekt richting stallen. Ik zit languit, boven op de Hummer (= een legerjeep, zéér breed, met radarinstallatie voor als de paarden in de woestijn verdwalen, in Saoudi Arabië zijn ze werkelijk op alles voorbereid). Mijn paard staat afgezadeld naast me. Ik hou het halster zelf vast. Voor het eerst in mijn leven zie ik mijn paard, zoals ik het echt graag zie: ze kijkt haar ogen uit, naar de woestijn, naar de zee, in de auto. Dan legt ze haar hoofd op mijn been en kijkt me verliefd aan. Ze is rustig en vindt het schijnbaar erg gezellig zo. Ik zou zo uren kunnen blijven zitten: Mijn paard zo aardig, de zon lekker warm (in november), de rust en de stilte. Alleen de golven maken geluid. Véél te vroeg ruimen we op. Fokeline houdt het niet meer van de zenuwen. Ze wil haar dochter terug. Tareq stuurt Abdul om te zoeken. Met tegenzin zadel ik mijn paard. Voor het eerst bijt ze me niet als ik haar aansingel. Abdul zoekt en wij rijden de paarden naar stal. Terwijl Abdul achter de zandberg verdwijnt, verschijnt aan de andere kant van diezelfde berg, de Canadese jeep. "We zaten vast!" Tareq stuurt ze achter Abdul aan om te zeggen dat ze gevonden zijn. Vanaf dat moment zoeken 2 auto's elkaar, zonder elkaar te zien. Dichtbij de stallen wordt Tareq erg zenuwachtig. Zijn shirt ligt nog in de Hummer en die is foetsie. Als Arabier kun je niet verschijnen met ontbloot bovenlichaam. De Canadese, allang thuis, ziet het en weet het, ze rent naar ons toe en geeft Tareq haar trainingsjack. Tareq is opgelucht en dankbaar.
11.00 Uur: Persconferentie. We horen dat de Brazilianen en de Fransen, van wie de Brazilianen de paarden geleasd hebben, ernstig ruzie hadden en gevochten hebben. Er zitten nu twee heren in de gevangenis. De Nieuwzeelander, John Farnell, voor wie er geen paard meer was, gaat nu op het Franse paard starten. De Braziliaanse, die steeds hinkte en moeilijk deed met haar stok (maar met dansen schijnbaar geen problemen had) rijdt niet meer mee. Volgens mij is het kreupel lopen daardoor erger gaan worden.
Op de persconferentie wordt aan elk land iets gevraagd. De Duitsers zijn verreweg favoriet. Voornamelijk Alexander Stadler, die de dessert marathon al eens eerder reed. Aan ons wordt gevraagd waarom ons team louter en alleen uit vrouwen bestaat. We antwoorden dat het bij ons in Holland anders is gesteld dan in de Arabische landen: "Bij ons zijn de vrouwen beter." Deze opmerking slaat in als een bom en wordt later op de dag betiteld als dé populairste kreet. Verschillende journalisten vragen of ze me mogen citeren. Lachen.
De geleende Jeep zit zonder benzine. We gaan tanken in Umm-said. Met de Nederlandse stickers op de auto, baren we veel opzien. Bij het tankstation worden we in het nederlands aangesproken. Het is een baggeraar van ballast-needam, de firma waar ook Miranda's broer werkt.
De wereld is klein, vertolkt Miranda. En als je het tegendeelt beweert.... dat ben je nog nooit ergens geweest!


DONDERDAG, 27 NOVEMBER.
6.30 We gaan stappen in de zee om mooie dunne benen te creëren voor de keuring.
8.30 De paarden worden op stal gekeurd. Daar zijn ze rustig en kan iedereen de paarden op zijn gemak bekijken. In onze gang hebben we de Deense veterinair Jens Kristoffelson. Mijn paard wordt gemeten (hartslag, pols), bekeken (slijmvlieskleur, turgar, beengebreken) beluisterd (darmgeluiden) en bevoeld (drukkingen, wonden). In alle vakjes staan eentjes, welk heel goed is. De Qatari en de KSA hebben veel drietjes en zelfs viertjes, hetgeen buitengewoon slecht is. Als alles gekeurd is, gaan we in een lange rij (officials, veterinairen, paarden, grooms en vele lokale aanhang) naar de vetgate (300 meter verder). De draafbaan is bijzonder slecht: een grintbak. De veterinairen moeten veel slikken. Op één na, mag alles starten. Op zo'n baan valt niets te beoordelen en dus kreeg iedereen het voordeel van de twijfel. (De rest van de dag wordt besteed aan het verbeteren van de baan). Fokeline en nog enkele anderen werden tweemaal gekeurd. De Deen dacht iets te zien aan Khairat maar had zich gelukkig vergist. Na het keuren, volgt het wegen. Hanna moet 30 kilo lood meenemen. Ze weet totaal niet waar ze het allemaal moet laten. Haar podium zadel is hol, om licht te zijn, maar kan gevuld worden om zwaar te zijn. Eerst fijn zand en dan water. Verder overal dunne plaatjes lood en brokken lood voor en achter. Het zadel is niet meer te tillen. Ik neem mijn zadel niet eens mee. Ik weeg zonder al genoeg. Stadler plaagt me. Of ik genoeg toetjes gegeten heb, dat ik mijn zadel niet eens meeneem. Tot mijn verbazing weeg ik 2 kilo minder dan thuis. Ik denk na over de gang van zaken: ik eet salades, en minstens zes toetjes, tweemaal daags. Maar, elke maaltijd één liter water en niets er tussendoor. Ook eet ik vegetarisch, aangezien ik het vlees hier niet vertrouw. Na de lunch gaan we een half uur slapen. Iedereen is moe en het is warm.

14.30 Parade: waarvoor we geoefend hebben. De kinderen met de vlaggen en bordjes moeten op een stip staan. Ze zijn erg jong, blank en veel te blond. Het blijkt de "Noorse School" te zijn. Er werken zoveel Noren in de olie in Qatar, dat ze een eigen school hebben. De parade is een happening. Er is veel publiek en net zoveel reclame als bij een voetbalwedstrijd. Twee luchtballonnen sieren het geheel. Er zijn twee soorten tribunes: een houten in de zon en een zeer luxe tent, met pluche en lederen fautteuis!

Daar wordt smerige thee/koffie geschonken, (je proeft niet wat het is) uit prachtige kleine glaasjes. H.E. Kuwari (His Excellentie) houdt een mooie speech. Hij vertelt dat de droom eindelijk realiteit is geworden. Acht maanden hebben 200 mensen aan dit project gewerkt (later horen we de kosten: vier Miljoen Gulden!). Op de dag van de race staan er 800 mensen in het veld. En dat voor 64 ruiters! Qatar heeft bereikt wat het wilde: Het grootste endurance-evenement aller tijden! De hele wereld weet nu dat Qatar bestaat en leeft. Het promoten van de Staat Qatar is heel belangrijk. Waar eens Nomaden leefden op een dorre vlakte, schieten nu de huizen als paddestoelen uit de grond. De Qatari werken niet of nauwelijks. Daar zijn Europeanen voor (olie, auto's) en Indiërs, Pakistanen, Egyptenaren (ander werk). Voor de pure Qatari, is de medische zorg en allerlei opleidingen gratis. Ze krijgen een huis, gratis water, elektriciteit, gas. Het eten wordt gesubsidieerd. Qatar is rijk, onmetelijk rijk. En nu worden ze ook nog beroemd. De Emir bepaald alles en iedereen is tevreden.

Op de parade ontbreken 4 paarden van KSA (Kingdom Saudie Arabië). Een van hen brak gisteren een pols bij het kameelrijden en de rest had geen zin. Alleen Tareq prijkt trots achter de KSA-vlag. Verder missen we enkele ruiters: twee van UAE (United Arabian Emirats) en een van Jordanië. Het blijken twee sjeiks en een H.E. te zijn (Prins?) Die volgen de parade vanaf de lederen tribune, zoals het protocol voorschrijft. Hun paarden worden aan de hand voorgebracht door de grooms. De Jordaanse paarden dragen "Royal" dekens en blijken afkomstig van de Royal Stables van Jordanie. Eigenaar is Prinses Haya.
Na de parade maken we alles klaar voor de volgende dag. Erg veel eten krijgen we niet weg. Vroeg naar bed!


HOOFDSTUK 5: THE WORLD CUP

VRIJDAG 28 NOVEMBER, DE DAG!!!
04.00 Uur: Opstaan en slaapwandelend paarden voeren. Paard is wakker en zoals gebruikelijk: Hongerig. Wij alleen koffie.
06.00 Uur: Zadelen, alles klaarmaken, alles checken en rechecken.
06.30 Uur: Te paard naar de start, losrijden.
07.00 Uur: Iedereen wacht op het startsignaal. Heel veel camera's overal. Er vliegt een helikopter door de lucht en heel Doha komt kijken. Alle landen dragen hun kleuren. De Nederlanders vallen wel op met hun oranje polo's en hun rood-wit-blauwe helm. Jammer dat de grote rugnummers bijna alles bedekken. Alleen mouwen en kraag zie je nog. Naast het parcours, wat 25 km rechtuit in een grote lus is, staan zeker driehonderd vuile en splinternieuwe Jeeps die allemaal de race naast het parcours gaan volgen. Net als bij de kamelen. Door de luidspreker wordt men tweetalig van alles op de hoogte gehouden. De grootste endurancerace allertijden staat op punt te beginnen...
07.05 Uur: H.E.Al Kuwari zwaait met de vlag en de voorste ruiters knallen weg. Veel Duitsers en op sensatie beluste Qatari (waarvan zich er 14 in het rijdersveld bevinden) blijven lang voorop. Fokeline en ik sluiten de rij. We willen een langzamere start, zodat de paarden niet al na 10 km de pijp al leeg hebben. In het gebruikelijke halsterhoofdstel, heb toch maar de stang erbij gehangen en rij ik met twee teugels. De eerste twee kilometers gaan lekker. Een pittig drafje, een vrolijk kopje erop, geen enkele moeite met het zand. Hier is het parcours betrekkelijk licht. Net als ik me afvraag waarom ik eigenlijk een stang heb meegenomen, voel ik dat mijn paard geleidelijk aan en stiekem steeds harder aan het lopen is. Het pittig drafje gaat sneller dan de handgalopje van de Arabische paardjes. Is het de kick van het inhalen? Ik sommeer mijn paard langzamer te gaan en ze wordt woest. De teugels, ook die van de stang, worden driftig uit mijn handen getrokken, een explosiekracht barst onder mij los.

We gaan er als een speer vandoor en ik heb niets meer in te brengen. Het bordje tien kilometer staat schijnbaar pal na het bordje vijf kilometer. In deze racepartij heb ik twee maal koel water aangenomen en ook dat was verkeerd: Iedere koeling was de aanleiding tot nog hogere snelheden. Net voorbij de tien kilometer heb ik het gehad. Ik maak mijn paard uit voor alles wat niet mooi meer is, ram er bijna een paar tanden uit en eindelijk, eindelijk is de muiterij voorbij. Het zweet gutst aan alle kanten, ze ademt zeker tweehonderd maal per minuut, brult een paar keer en geeft zich over. Ik stap een paar minuten, onder luid protest overigens. Bij elke ruiter die voorbij komt moet ik onverbiddelijk al mijn overwicht in de strijd gooien. Verlangend kijkt ze naar de horizon. Ze wil vooruit! Ik besef hoe sterk ze is, hoe hard ze kan, hoe gemotiveerd ze is. Maar ook, dat als ik haar de kans geef, ze zich waarschijnlijk dood loopt. Na tien minuten is ze droog en ze ademt ook niet meer zo snel. Drafje dan maar weer. Dat gaat lekker. Stabiel baant mijn dravertje zich een baan door het nu steeds zwaarder wordende zand. In zwaar zand is het beter te galopperen dan te draven. Als ze een galopje aankondigt, geef ik toe. Dat gaat maar eventjes goed. Ze wordt overmoedig en vliegt weer weg. Dit wordt niks. Ik ben wanhopig. Zó kan je een race onmogelijk uitrijden. Ik ben kapot van het trekken. Blaren op mijn vingers. Ze gooit met haar hoofd en brult woest naar alles wat voorbij durft te komen. Op twintig kilometer vind ik Fokeline terug en beide paarden lopen gezamenlijk een rustig tempo. Khairat moet te snel draven en gaat liever in galop. Dàt is het signaal voor Touch om te gaan jakkeren. Nee, niet weer. Ik wordt opnieuw boos. Fokeline rijdt verder. Ik wil stappen, anders redden we het echt niet. Na elke honderd meter stap, volgt er weer een racepartij. In de verte zie ik de vetgate. Het zand is hier kogeldiep, maar dat schijnt mevrouw totaal niet te hinderen in haar driftig geloop. Integendeel, het zand, de vlaktes, de wijd open ruimte aan alle kanten, schijnen haar enorm te inspireren. Als ze beter onder controle was, zou ze dit parcours met weinig moeite kunnen uitlopen. Voor vandaag zie ik dat niet meer gebeuren en ik bereid me voor dat bij de lijn van Vetgate 1, voor ons de race afgelopen zal zijn. Ik kan wel janken. Mijn zo rustig paardje is een renmonster. Ze moet nog zo veel leren! Ik spring er af en ga er naast lopen. Dat valt niet tegen. Het zand loopt in mijn schoenen, die in het zand verdwijnen. De ruime passen van het nog steeds boze paard kan ik niet bijhouden. Ik moet rennen om haar stap bij te kunnen houden! Ze snukt steeds de leidsels uit mijn handen, die ik krampachtig vasthoud. Ik mag haar onder geen voorwaarde loslaten, want ze zet het op een lopen. Het hele paard staat in de startblokken maar vanaf de grond kan ik haar redelijk onder controle houden. Met een knal rood hoofd, strompel ik over de lijn. In stap hebben we alle andere stappende paarden ingehaald. Miranda wacht me op en samen beginnen we aan de onmogelijke taak om de hartslag onder de 60 te krijgen. De gebruikelijke 64 is verscherpt, om twijfelaars er uit te halen. Op de vetgate loopt het paard gewoon door. We kunnen ons koelwerk niet goed uitvoeren, want we hebben onze handen vol om haar vast te houden. Ze schreeuwt naar alles en iedereen, loopt emmers water en voer om, valt over een stoel, trapt nét niet op een Braziliaans zadel; kortom: De chaos is compleet. Zowel Miranda als ik voelen geweldig de aandrang om haar eens helemaal door elkaar te rammelen. We weten dat ze daardoor alleen maar meer nerveuzer wordt en beheersen ons. Als na 29 minuten de hartslagmeter wappert tussen 80 en 120, begeef ik me naar de In Time. Einde verhaal. De race is afgelopen. Ik hou me groot. Ik huil niet. Mijn hart is verscheurd. Waarom, waarom, waarom, pikt Touch dit evenement uit om eens helemaal uit haar dak te gaan? Ik had alles verwacht maar dit niet dit!
Ik bied aan en blijf lachen. "Sorry, she's angry." Het buitengewoon fitte, hyperaktieve paard laat zich niet zomaar keuren. Dr Jens rent met zijn stethoscoop achter haar aan en twee veterinaire assistenten komen me helpen het paard vast te houden. Jens vraagt of ik mijn hele half uur recoveringstijd gebruikt heb? Helaas ja, anders kwam ik zo niet aanbieden. Met spijt constateert hij dat 120 hartslag de nekslag geeft. Tevens is hij onder de indruk van de motivatie die het paard uitstraalt. We moeten nog wel draven. Uitgelaten vliegt de merrie over de baan. Ik moet echt zo hard als ik kan rennen om haar bij te houden. De ridge way trot geeft een herstel aan van 40! Ze heeft nu 80 pols. Als ze ook maar mag lopen, haar zin krijgt, dan zakt de pols wel. Heel de veterinaire commissie heeft medelijden met mij. Wat algemene indruk betreft, is mijn paard een van de betere. Er hangen nu al paarden aan het infuus. Voornamelijk arabieren, die een race reden i.p.v. endurance. Alles wat afgekeurd is, moet naar de treatment area. Er wordt met dit concours geen enkel risico genomen. Er mag niets fout gaan. Preventief gaan paarden aan 't infuus of krijgen electolyte. Van alle paarden worden bloedtesten genomen en met hypermoderne (en dure) apparatuur, is na vijf minuten de uitslag bekend. Mijn bloed is voortreffelijk. De veterinair vertouwt het toch niet en wil haar verder onderzoeken. Ze moet ergens zo maf van geworden zijn. Zonnesteek? Er valt niets te keuren, want La grand dame der mislukte endurance weigert pertinent stil te staan. Als een volleert dressuurpaard, demonstreert ze een stabiele piaffe en prachtige levades. Ze wordt platgespoten. Zelfs daarna dramt ze door. Een tweede portie kalmering is teveel risico en dus komt de praam. Die vindt ze doodeng en nu wil ze allen nog maar weg. Met praam, drie mensen die haar vast houden én de kalmerings injectie, wordt ze onderzocht. Darmgeluiden oké, niet uitgedroogd, hartslag blijft hoog maar wel goed regelmatig, turgor goed. Het paard is volkomen gezond en wordt nu beticht van "nervous breakdown". Stress. We mogen naar de stal en ik moet haar nog twee uur observeren. Verslagen wandel ik het terrein af. Voor we vertrokken heeft ze nog een via een neuszonde een emmer electrolyte en vitamine binnen gekregen. "Just in case". In zo'n opgewonden toestand, met zo'n warm weer kun je niet voorzichtig genoeg zijn. Achter mij wapperen de vlaggen, is er muziek, is er drukte. Voor ons is het stil. We horen er niet meer bij. Het is over, afgelopen uit. Pas in de stal wordt ze rustig. Haar Noorse buurvrouw is er ook, afgekeurd (darmgeluid te weinig) en samen knabbelen ze van het hooi alsof er nooit een World Cup heeft plaatsgevonden.
Het leven is hard. Je reist duizenden kilometers om 25 kilometer te rijden met een dolle koe. Op de vetgate had ik een term tegen iedereen uitgesproken: "This is always better than dying in the dessert". Oké, de race is voorbij maar er zijn géén klappen gevallen. Ik zit niet in het infuusleger, het paard is helemaal gezond en we zijn er toch maar geweest, op die World Cup. Dus eigenlijk moet ik niet zeuren. Ik verlaat mijn paard na enige tijd met een gerust hart en ga terug naar de race...als groom!
Terug naar de vlaggen, de race, het spektakel. Ik heb altijd gezegd, als mijn paard eet, is ze oké. Met de gretigheid waarmee ze de halve kilo haver opat, valt alle ongerustheid van me af.

Op de vetgate (zelfde plaats als start en finish), is Fokeline nog niet terug van haar tweede ronde. Het is nu warm, benauwd en drukkend weer. Gelukkig dat ene windje helpt. Op de vetgate is het een drukte van jewelste. Veel bedrijvigheid in het Duitse kamp, die zeer professioneel te werk gaan. Veel geëmmer in het Kuwaiti kamp, die ontzettend onozel te werk gaan.De eigenaar, een sjeik, knuffelt zijn paard, wat dampend en hijgend zijn witte jurk bevlekt. Ruiter en groom kijken toe. Dan vragen ze aan ons voer (niet aan gedacht), onze stethoscoop (vergeten) en koelen kennen ze niet. Hoe zijn ze in hemelsnaam die eerste vetgate doorgekomen? Bij de tweede komen ze óók nog door. Wat een paard, wat een grandioze hengst!

Daar komt Fokeline, aangekondigd door twee verhitte grooms. Het is nu bloedje heet. In de verte komt een vrolijke Khairat aangewandeld. Niet gehinderd door het zand of de zon. Hij vindt het allemaal wel interessant. Sjeik Khairat maakt zijn "appearance" en stapt koninklijk over de vijftig kilometer lijn. In no time wijst de hartslagmeter 45 aan en gaan de dames Dingemans zenuwachtig naar de keuring. De eerste vetgate was een drama, vertelde Miranda. De Deen had de darmgeluiden te weinig gevonden en ze hadden een keer terug moeten komen. Met de strengheid van keuren, valt hier niet te spotten. Zelfs elke twijfelaar wordt er uitgehaald, dus reden voor zenuwen genoeg. Gelukkig is nu wel alles gelijk goed. Dit vreet zenuwen.
Khairat drinkt, eet, bemoeit zich even baldadig met zijn Kuwaitse buurman en laat alle verzorging en verwenning zich welvallen. "Sjeik Khairat is here. Back in his originale roots". Vrolijk begint het Hollandse team, een ruiter minder, een groom meer, aan de derde etappe. Voorop rijdt Alexandler Stadler met Al Hara, een veel te kleine Arabier voor de 2 meter grote Alex. De taaie tengere merrie gaat volgens zeggen als een trein. Een half uur verder ligt Tareq Taher, de KSA met zijn vosruin Nanouk en nog wat Duitsers, Spanjaarden en Italianen. De meeste Qatari hebben de strijd moeten staken. De UAE zijn behoorlijk uitgedund en van de KSA is alleen Tareq nog over. We volgen Fokeline. Khairat neemt de tijd voor zijn emmertje water en zijn appeltje en laat de wereld aan hem voorbij gaan. Hij maakt zijn eigen race en laat zich niets wijs maken. Een Jordanische ruiter wordt gevolgd door maar liefs negen (!) Volgwagens. Slechts uit één wagen stapt een klein mannetje, die het paard water geeft. In de mooiste wagen zit prinses Haya, die haar neef volgt. Verder bodygards van beide hoogheden en politie. De koninklijke stallen zijn uit rijden. De kleine ruiter, in de startlijst omschreven als H.E. Mohamed El Salen ziet er eerder ruig, dan koninklijk uit. Julie Maden ligt lang in 6de positie, maar op vetgate 3 valt voor haar het doek en hangt Bengal aan het infuus. Ook het Spaanse paard Opel heeft het wel gehad. Die blijft 24 uur ter observatie. Hard rijden blijft hier een onverantwoord risico. Gelukkig zijn de controles zeer streng en dode paarden zullen hier niet vallen. Dat was in maart '97 wel anders in de Dessert marathon. Daar explodeerde een hart van het in tweede positie liggende Qataripaard. Het Belgische paard Tascha stierf pas thuis aan de race en vele staan nu nog op rust. Daarom valt hier zo weinig te winnen en zoveel te verliezen. Er moet een nieuwe reputatie opgebouwd worden. Dat lukt prima. De marathon,(42 Km, de winnaar rijdt dat binnen het uur = meer dan 40 km p/uur) of de Word Cup,(hardste snelheid nog geen 15 km p/uur) kun je niet vergelijken. Bovendien heeft de FEI er de strengste regels en de beste mensen opgezet.
Fokeline komt aan op vetgate 3. Khairat heeft er weinig moeite mee en Fokeline geen haast. Geen problemen bij de veterinair. Als Fokeline na 30 minuten pauze weer vertrekt, zien we op terugweg van dat traject, (richting finish) de camerahelikopter en stof van de auto's. We betreuren dat we de finish niet zullen meemaken maar Fokeline en Khairat gaan nu even voor. Bij het vervolgen van onze route, zien we op "hun" route, twee stipjes. Het moeten Alexander en Tareq zijn.
Fokeline komt aan op vetgate vier, nog maar acht km van de finish verwijdert. Het is inmiddels donker. De verlichting bestaat uit een Jeep, die het koplampenlicht over de drafbaan schijnt. Er staat een Qataripaard aan het infuus. We vragen ons af, aangezien de woestijn hier zo zwaar is en er géén wegen lopen, hoe dat paard naar huis komt. Hij moet die nacht schijnbaar daar blijven en 's morgens aan de hand teruggevoerd worden. Dit kunnen we ons niet voorstellen maar eerlijk is eerlijk: er is geen trailer de woestijn ingegaan. Op de vetgate, waar Khairat moeiteloos doorheen komt, horen we dat de winnaar officieel nog niet bekend is. Het is Alex of Tareq, de definitieve uitslag wacht op de finishfoto. We denken aan een spectaculaire eindsprint doch niets is minder waar: Ze gingen hand in hand!
De laatste acht kilometer rijden we achter Fokeline aan en verlichten haar weg. De laatste 500 meter rijden we weg. Fokeline vertrouwt op haar helmlamp, die redelijk goed de weg vóór haar verlicht. Op de finish wachten we gespannen met Taun, onze chef d'equipe die was overgevlogen, Frans, de Nederlandse dierenarts die als wedstrijdveterinair dienst had en de twee Belgische grooms, Frieda en Marcel. In de verte zien we het lichtje van Fokelines helmlampje. Een frisse Khairat en een opgeluchte Fokeline overwinnen de laatste meters en iedereen juicht en is gelukkig! We vliegen paard en ruiter om de nek en worden gek van blijdschap. Dat is het mooie van de sport: ook al kom je niet rond, je voelt dezelfde vreugde als je collega; De strijd is zwaar maar geeft zoveel voldoening. Zowel ruiter als alle betrokkenen delen in het geluk. Zelfs het paard straalt. Is hij blij dat, hij "thuis" is, of voelt hij de ontspanning van zijn amazone? Volgens mij zijn ook de paarden trots op de prestatie en delen zij in de voldane gevoels.
Het is nog even spannend, want het slotakkoord moet nog vallen: De eindkeuring. Aangezien het de Maastrichtse amazone al twee maal overkomen is dat haar paard nà de finish nog afgekeurd werd, zijn moeder en dochter zenuwachtiger dan de hele dag ervoor. Het is gelukkig nergens voor nodig en Khairat slaagt met vlag en wimpel. Nu is de feestvreugde pas echt compleet.
We horen van de strop van de Duitse ruiter Frans Brück, die met zijn tophengst Seoul als vierde binnenkwam, wegens de-hydratatie (uitdroging) niet goedgekeurd werd en nu (preventief) aan het infuus hangt. Ondanks de overige Duitse prestaties, zijn de hoefsmid en teamdierenarts teleurgesteld. Het Duitse teamgoud verdwijnt, een prachtige vierde plaats verloren en één 'swerelds beste paarden in een minder prettige positie. Geluk en pech liggen naast elkaar, op één vingerknip van elkaar verwijderd. Melanie Arnould (Duitsland) wordt met het paard van Andreas Zwicht achtste. Daar zijn we heel blij mee, aangezien Kiew uit dezelfde bloed lijn komt als onze nieuwste aankoop. (De arabier, die tot nu toe nog geen wedstrijdnaam had, wordt bij deze gelegenheid gedoopt in "Touch of Tareq"). Kiew is een Kilimanjaro, van Russische afkomst. Wie de winnaar geworden is, is nog steeds niet duidelijk. Moe laden we alle spullen uit de vetgate in de auto. Zoveel! En zo vies. Alles zit vol zand of is nat. We willen nog maar één ding: Slapen. Het was een lange, enerverende dag, die nu langzaam ten einde is gekomen. Met Touch gaan we nog een wandeling maken. Die is oké! Lastig sleurt ze haar groom het terrein over op zoek naar iets eetbaars. Khairat vindt dat we hem nu wel met rust kunnen laten. Het getuttel vindt hij niet leuk meer en hij wil ongestoord eten. Hij is niet stijf en heeft niets geleden. Vanavond slaap ik aan zee. Het bankje sleur ik de tuin in, het beddengoed gooi ik erop. Boven mij de sterren, voor me de zee, achter me slaapt Miranda reeds en om me heen sluipen schuw de mooiste poezen ter wereld.
Na de hectische dag, dompel ik weg in een oase van rust. Het is net alsof deze dag niet heeft plaatsgevonden. De tranen, de vreugde, de vermoeidheid, alles vergeten in een diepe slaap....


HOOFDSTUK 6: DE LAATSTE DAGEN

ZATERDAG 29 NOVEMBER.
De brandende zon wekt me reeds om half zes, genietend blijf ik liggen tot acht uur.
Om half tien begint de Best Condition. Daarbij wordt het paard met de beste conditie extra beloond en geeerd. Tareq is wereldkampioen en Stadler is op één seconde tweede. Ze wilden samen, maar er kan er maar één wereldkampioen worden. Het blijkt een ingewikkeld verhaal, welk het toonbeeld van verbroedering der continenten wordt: Op vetgate vier, acht kilometer voor de finish was Al Haya, van Alex, geestelijk stuk. De tachtig kilometer die ze helemaal alleen afgelegd hebben, breken haar op. Voor haar hoefte het niet meer. Stadler, een atleet van wereldformaat, gaf de moed niet op en verdween hollend NAAST zijn paard de zanderige woestijn in. Tot verbazing van alle volgende witjurken en sjeiks, die nog nooit, maar dan ook echt nog nooit, een man naast zijn paard hebben zien lopen. Op aanvankelijk een half uurtje volgend, kwam Tareq, met een buitengewoon fris paard steeds dichterbij. Op enkele kilometers voor de beslissende eindstreep, haalde Tareq Alexander in, die hierop weer opstapte en meereed. Uit respect voor de favoriet, bleef Tareq bij de inmiddels weer bijtrekkende Al Haya en Alexander. Vanaf dat moment werden ze beide gegroomd door elkaars grooms. Van enige concurentie bleek geen sprake. In een rustig drafje vervolgden beide heren hun pacours. Op 100 meter voor de finish riep Eef Schreurs, de Nederlandse hoofdjury, dat "samen finishen niet geaccepteerd zou worden. Er is slechts één wereldkampioen!" Toch kwamen ze hand in hand, Alex wild zwaaiend met een Duitse vlaggetje.

Dat Tareq een halve hoofdlengte voor zat, hebben ze misschien afgesproken, mischien ook niet. Dit alles zien we enkele dagen later: "live" op video, hetgeen tranen doet opwellen. Het is de mooiste en indrukwekkenste finish die ik ooit heb gezien. I.p.v. een eindstrijd, wordt het een verbroedering van continenten. Liefde voor het paard en de sport. Tareq, die makkelijk weg had kunnen rijden om alle eer voor zich op te eisen, deed dat niet en schreef wereldgeschiedenis door bóven de materie te blijven. Respect was voor hem belangrijker dan de winst. Een terechte Word Cup winner !
De beste paarden mogen naar de Best Condition en hoewel ik daar natuurlijk absoluut niet bij hoor, sluip ik er met mijn paard achteraan. Terwijl op het hoofdterrein de ruiters en paarden in het zand zwoegen, zit ik eenzaam met wederom een bloednerveus paard op een bankje op de vetgate. Heel gisteren komt bij terug. Het was dus toch het terrein, met zijn vlaggen, tenten, ballonnen en muziek. Ik blijf twee uur zitten. Het wordt totaal niets minder. Zwetend, springend en bijtend, met het hoofd omhoog en brullend naar alles wat maar beweegt, is ze niet te kalmeren. Hier moet nog hard aan gewerkt worden.
In de verte is de beslissing gevallen maar nog niet prijs gegeven. Vanmiddag bij de prijsuitreiking wordt het bekend gemaakt. Tareq en Alexander zullen er niet bij zitten. Volgens Miranda zijn ze niet opvallend fris. Enkele anderen zijn dat wel. De algemene indruk en het ontbreken van enige stijfheid is meestal het criterium van dit soort prijzen.
11.00 Uur. We ruimen de rotzooi op, hangen de natte spullen op en maken plannen wat we een volgende keer moeten meenemen: De kist moet op wieltjes, er moeten haken op de ketting om de hoofdstellen op te hangen, er moeten meer stickers op de kist en we willen meer vakken, waardoor het niet zo'n rotzooi wordt. Belangerijk is ook het p.r. pakket: rood-wit-blauwe plakband, touwtjes, badges en stickers. T-shirts, petjes en pins om te ruilen en om weg te geven. Ook de kleding klopt niet. Witte losse broeken en rokken, dunne polo's, en wapperend spul i.p.v. die veel te warme strakke spijkerbroeken. En een witte legging voor in de parade! We komen waarschijnlijk nooit meer terug, maar als wel: dan gaan we dat meenemen!
14.00 Uur. We maken ons klaar voor de parade. Het blijkt dat we de groepsfoto gemist hebben. Op het programma stond: persfoto voor de winnaars. Geen Nederlands team op de foto. Jammer.
14.30 Uur. De zo lege stallen stromen vol en iedereen haast zich met zadelen. Wij waren als enige op tijd, maar wij staan dan ook niet op de foto!

15.00 Uur. De openingsceremonie doen we nog een keer en nu noemen ze het "Prize giving ceremonie". Het is indrukwekkend. Tareq één, Alexander twéé en een spanjaard drie. Op het winnaarsplatvorm staan de heren zonder paard. Ondanks dat Tareq een halve meter hoger staat, is hij nog steeds kleiner als de beide anderen! De kleinste Arabier is nu pas doordrongen van het feit dat hij inderdaad Wereldkampioen is. Vader Stadler vindt dat het allemaal veel te lang duurt en noemt de jurken "nachthemden." Zo heeft iedereen z'n bijnaam voor de jurken.
Spanje haalt teamgoud. Terwijl de Spanjaarden buiten zinnen op hun blokje feestvieren, staat één van hun paarden nog steeds niet buiten levensgevaar op stal. Miranda vindt ze onbeschoft. Een beetje weinig respect voor "Opel", de witte Arabier, (die overgens bij aankomst op Frankfurt veel later, nog niet de oude is!) Het Amerika/Ierland team haalt op geleasde franse paarden het zilver binnen. Brons voor de Zweden, aangesterkt met een Spaanse en Anne Dorthe Stolze (die opgaf op de derde vetgate wegens zadeldrukking). Van het Flying Horse Team (Twee Nederlanders, de Noorse en de Kuwaiti) is alleen Fokeline rond gekomen. De naam is wereldwijd bekend geworden maar heeft geen furore gemaakt. Een sjeik uit Qatar wint de Best Condition. Traditiegetrouw zit de beste man in een jurk op het paard. Hij is door het dolle en galopeert, om zijn conditie te benadrukken, vol gas om de menigte paarden. De paarden kijken er verveeld naar en zijn niet onder de indruk.
De slotspeech is indrukwekkend: "Where dreams become reality." Deze eerste World Cup Finale is speciaal. Nog nooit zo'n endurance evenement geweest, zal ook nooit meer zo groots worden. Er wordt niet over geld gepraat maar wij weten het : twee miljoen dollar!
Na de ceremonie knallen alle paarden alle kanten op. Superfris na het lange stilstaan (anderhalf uur) en goed in vorm. Ook Khairat en Touch zijn door het dolle. Alsof er geen wedstrijd geweest is. Op Opel na zijn alle paarden weer dik in orde. De paarden van Frans Brück en Julie Maden vertonen geen enkele sporen van vermoeidheid of hydratie. De preventieve zorg was goed gekozen!
18.00 Uur. Eindelijk tijd voor de winkeltjes, die speciaal voor ons op het terrein gemaakt zijn. Fokeline en Alexandra laten een Henna bloem op hun hand schilderen. Ik laat Qatar in het Arabisch op mijn arm zetten. Ik koop er leuke prijzen voor mijn eigen wedstrijd in mei. Als dat weer een selectie wedstrijd wordt, hebben we superprijzen uit het land zelf. Als het geen selectie rit wordt, hebben we in ieder geval orginele prijzen.
Douchen en sjiek aankleden. Vanavond is het gala dinner, en het beloofd wat te worden.
20.00 Uur. We komen in een al redelijk volle "zaal": Het zwembad is stijlvol aangekleed mat felle spots, gekleurd licht, harde muziek. Aan de kop van het tot de rand gevulde bad is een podium gebouwd. Het is net een kasteel. De tafel staat bomvol rode pluche dozen, trofeeën bekers en kleine doosjes. Aan de lange zijde staat een lange tafel, eenzijdig gedekt. Er aanzitten (of gaan zitten) de prinses van Jordanië en haar neef, de Spaanse prinses Doña Pilar, de zoon van de emir en de diverse meerijdende sjeiks. Aangesterkt door Vrenie Riedler en Vittorio de Santis (F.E.I. baas). Misschien oneerbiedig maar ik zie duidelijk overeenkomsten met het laatste avondmaal uit de bijbel! Te donker voor foto's helaas. Achter hun heel veel belangerijke jurken (zonder vrouwen !) die de sponsors blijken te zijn, plus de officiaals. Aan de achterkant en de andere lange zijde zitten wij, de ruiters en aanverwanten. De party wordt geopend door een krijgsdans, de plaatselijke volksdans. Voor de Qatari hopen we dat de oorlog nooit uitbreekt, want die zullen ze zo niet winnen! Op het ritme van trommels en bellen, dansen de jurken met houten geweertjes en nepzwaardjes. Spontaan dansen enkele ruiters en officials mee. De Engelsman maakt er iets heel statigs van. Ook Tareq, een kop kleiner als de rest, krijgt een zwaardje en jubelt mee. Het duurt iets te lang maar gelukkig krijgen we ondertussen wat te drinken. Op zo'n statig feest, vinden wij het raar dat de Pepsi in blikjes met een rietje geserveerd wordt. Alcohol is hier absoluut verboden, net als niet-westerse vrouwen.
Generaal Aziz, (een Egyptenaar vandaar het ontbreken van de traditionele jurk), opent met een mooie, doch niet originele speech. Volgens mij is er één speech, die voor opening, start, sluiting én party gebruikt wordt. Of ze zijn erg trots op de presentatie, dat ze het steeds herhalen. "De hoogste wedstrijd ter wereld", in endurance, die ooit geweest is, en ook niet meer zo groots zal zijn. Wat begon als een droom, is door inspanning van het hoger organisatie committee (H.O.C.) en de sponsors, een realiteit geworden. Dank aan de FEI en al haar veterinairen en officials, de hoogheden, excellenties, alle deelnemende landen en nogmaals de sponsors. Hij dankt verder voor de eer dat hij namens de Emir mag praten.
De FEI vice-voorzitter Vittorio de Santis, houdt een korte, zeer krachtige speech: "De endurance is na een lange reis, thuis gekomen. Hier in het land van oorsprong van het Arabische paardenras, is de race der races gehouden. Het gaat goed met de Endurance".
Frau Riedler bedankt alle mensen voor het feit dat iedereen zo zijn best heeft gedaan de paarden veilig en gezond aan te laten komen. Op de wedstrijddag zelf waren er 800 medewerkers aan het werk. Er reden veertien landen mee. Bij de eerste tien gefinishten zaten ruiters uit zeven landen en uit drie continenten.
Uit de handen van de voorzitter, de heer Kuwari, krijgt prinses Haya het eerste geschenk. Alle prominenten, de grote namen krijgen een soort bokaal met het logo van de wedstrijd, in een prachtige rood fluwelen doos.
Als de heer Santis aan de beurt is, geeft hij op zijn beurt de Qatari kadootjes van de FEI. De sponsors krijgen dezelfde doos. Daarna worden de ruiters in nummervolgorde geroepen. De naam "Fole Dingmans" en "Lodge blublub" komen wat moeilijk uit de strot. We krijgen een videoband en een prachtige buckle met het World Cup logo. Na anderhalf uur mogen we eten. Het diner is weer overdadig en heerlijk. De luxueuze toetjes zijn helaas veel te snel op.
Als na het eten spontaan gedanst wordt, dreigt er even een crisis. We begrijpen het aanvankelijk niet. Al helemaal niet als onze tafelgenoot Abdul Khan, (de indiase stalmeester van de Racing and Education Club) onafgebroken blijft video-en. Pas later krijgen we uitleg: vrouwen dansen niet. Mannen wel maar vrouwen mogen dat niet. Toen de Spaanse (van Opel) begon, heeft de Generaal de situatie gered door aan de hoogste eminetie (de Emir zoon) toestemming te vragen. Gezien de aanwezige moderne westerse wereld en om geen flater te slaan, komt er toestemming. Protoculair vraagt daarop de Generaal mevrouw Riedler te dans en geeft zo permissie aan de overige gasten. De Nieuw Zeelander John danst helemaal maf met Alexandra. De Belg Marcel springt in het zwembad en al gauw ontaard de Gala party in een Europese disco. De Arabieren hebben er aanvankelijk moeite mee. Dan pas begrijp ik de rare blik van Abdulla (Tareq's assistent) en de paniek waarin hij nee bleef schudden toen ik hem ten dans vroeg. Als iedereen los slaat, komt ook Abdulla uit de plooi en danst wild mee. De jurken dansen met elkaar. Ze kijken elkaar verliefd aan, hebben iets teveel heupbeweging, houden vaak elkaars hand in de vingers vast en dat zoenen, daar kan ik niet aan wennen. Had je dáár geen vrouwen voor ???? Oké, het is een andere cultuur maar toch.... (Miranda en Alexandra letten goed op wat de jurken onder hun jurken dragen ?)
Eef maakt zich zorgen hoe hij de trofeeën en jassen voor de Nederlanders meekrijgt, die al naar huis zijn. Tussen alle dolle pret, is hij een gentleman, die stijlvol en beleeft blijft.
Niet oneerbiedig bedoelt maar gewoon praktisch, noemen we de heren H.O.C. en anderen bij hun functie (de namen zijn vaak onuitspreekbaar en moeilijk te onthouden). Zo is er de route-jurk (pacoursbouwer), de pers-jurk (plaatselijke fotograaf-journalist) en de grapjurk Sami. Als we vragen wat "Sami" eigenlijk betekent, antwoord hij met "smile". Zo ver zijn onze namen dus niet van de werkelijkheid. De "antijurk" is een van de leukste. Hij is redelijk hoog (de neef van de opperjurk hr Kuwari) en weigert het lange witte gewaad. (Te lastig, vindt hij). Zelfs op het gala verschijnt hij in een trainingspak. Zorgvuldig waakt hij dat hij niet in het gezichtsveld der camera's komt. Hij haat publiciteit. Hij is een onbezorgde leuke persoonlijkheid, met wie we verhitte discussies hebben over vrouwenrollen in Arabië, rassendiscriminatie. (Hij vindt het vreselijk als hij in Antwerpen diamanten gaat kopen en voor Turk of Marokaan wordt aangezien.) Hij is enig. Vrouwen heeft hij niet. Ook veel te lastig ! We completeren de avond met adressen te ronselen.

ZONDAG 30 NOVEMBER

Jippie, uitslapen ! Waarom wordt ik dan toch weer om half zeven wakker ?
Tussen 10.30 uur en 11.55 uur : Eindelijk vinden we na lang zoeken de Arabische halsters. Fokeline koopt een gele met bit en teugels. Alexandra en ik een witte. Miranda wil een blauwe maar die hebben ze niet. Verder vindt ik drie leuke stalhalsters voor thuis.
13.00 uur: Eten, praten, nog wat addressen uitwisselen, fotorolletje kopen. Langzaam loopt het evenement definitief naar een einde. Al stiekem neem ik overal afscheid van. Plaatsen waar we nooit meer zullen komen, mensen die we niet meer zien en onnavolgbare mooie momenten, die nooit meer in deze heftigheid zullen terugkomen. Weemoed sluipt onze harten binnen. Alexandra en Miranda willen naar huis. De Noorse Anne heeft een ernstige aanval van heimwee. Fokeline en ik willen eigenlijk niet weg.
14.00 uur: Alexandra en ik gaan buiten rijden op "Het ezeltje" (Khairat) en "De kameel" (Touch). We zien het voltallig Duitse team de race dunnetjes overdoen voor een filmploeg en diverse fotograven. Wij zijn al lang niet belangrijk meer. "They only remember the winners!" Alexandra wil de zee in, ik wil de berg op. We splitsen en met veel hoogte verschil blijven de paarden met elkander communiceren. Ik geniet van het intense uitzicht. Zand, zee, zon en olieraffinaderijen. Als de berg daalt, kom ik Alexanda weer tegen. We zien de kop van een dode vis: Gifgroen, een bek als een reiger en een hele rij tandjes. Ben ik blij dat ik niet in de zee gezwommen heb! Nog één maal laten we de paarden een zandberg opgaloperen, nog één maal kijken we achterom. We rijden terug langs het hoofdterrein, wat nu een triestig aanblik verschaft: De vlaggen zijn weg, de tapijten opgerold en opgestapeld, de tenten neergehaald. Een beetje doelloos staat alleen nog aan de weg "Welcome to the World Cup Endurace Final." Alle glory en rijkdom van gisteren: Weg. Het parcours laten ze staan. Te veel werk en wie staat het in de weg?
16.00 Uur de kist ingepakt, nu ook met zadel en dekjes. Wat leuke emmertjes van daar meegenomen. Flesjes (Qatar-water) gevuld met zand en op alle lege plaatsen gestopt. Warempel, de kist kan dicht! Op slot en niet meer naar kijken.
17.00 Uur. Terwijl Miranda en Fokeline hun koffers inpakken, maak ik nog wat foto's. Het wordt al donker. Aan de overkant wordt een renbaan en een manege gebouwd. Nu staan er een kameel en vier pony's aan een touw vast. Wat zal dat mooi worden als dit af is. Ik moet echt nog eens terug, alleen al om te kunnen zien hoe het er uit ziet als dit af is.
18.30 Uur. Alexandra en ik gaan uitzwaaien. De bus naar Doha Airport vertrekt voor de deur van het hotel. Wij blijven nog een dag. Echt lekker is het niet geregeld: Miranda en Fokeline komen morgen vroeg in Frankfurt aan en moeten daar een geheel etmaal op ons wachten. De Noorse "kleine meid", want zo begint ze zich nu te gedragen wordt door haar vader alleen achtergelaten. We helpen haar zo veel mogelijk. Ziek van de heimwee is ze niet langer in staat om helder te denken. Als de bus vertrokken is, gaan Alexandra en ik met de Duitsers naar bungalow 21. Daar krijgen we te zien wat er de volgende dag in Qatar op t.v. wordt uitgezonden. Het is prachtig. De beelden, het eindeloze zand, de gevechten tegen de hitte en de hoge hartslagen op de vetgates, de finish van Alexandra en Tareq, hun intervieuws, de sfeer (die we niet zagen omdat we druk bezig waren die ene ruiter in de donkere woestijn te volgen) en een prachtig beeld van een boze Alexander bij een groom-blunder (" So kan er doch nicht Saufen !!!"). Alex baalt als een stekker. Waarom dit ene, zeldzame moment van verloren zelfbeheersing juist vol in beeld...
De montage jurken vinden het prachtig en spoelen het wel drie keer terug. De band duurt vijftig minuten en is spannend van het begin tot het eind. Frans en ik vragen of we geen band kunnen bemachtigen. Ze noteren ons adres en beloven een videoband toe te sturen. (nooit gehad helaas) Dit willen we graag thuis laten zien. Dit unieke onovertrefbare finishfragment, wat de wereld gaat verbeteren! Moe gaan we in bad. Jawel, de laatste keer. Op tijd naar bed. Het stormt en toch wil ik buiten slapen. Het bankje blijft onder het afdak. De zee kolkt en bruist en is veel dichterbij als gisteravond. De laatste nacht!


HOOFDSTUK 7: DE TERUGREIS

MAANDAG 1 DECEMBER.
Als een blok slapen tot 08.30 uur. Voeren, uitgebreid ontbijten (de eerste maal geloof ik), op ons gemak de koffers inpakken.
Om 14.00 uur voor het hotel c.q. voor de stallen staan. Op een gammele truck, worden de kisten à vier hoog opgestapeld door twee tandeloze grijze jurken met tulband. Ze maken steeds ruzie en verzetten menigmaal van alles. Als je je ermee bemoeit, krijg je een stroom van onverstaanbare woorden over je heen. Laat dus maar. De truck verlaat het terein. De kisten rammelen van links naar rechts. In mijn gedachte zie ik de weg van Sealine naar Doha bezaait met zadels, emmers, borstels en wat er nog meer in de kisten zit. Gewoon over je heen laten gaan. Niet aan denken! Dat hoort hier zo. Jezelf moed kunnen inspreken is hier geen overbodige gave! Als we de Noorse kist niet hadden klaargezet, was de kleine Anne zonder spullen thuisgekomen.
Van Waleed (de antijurk) krijgen we nóg twee jassen. Voor Alexandra en Miranda, de grooms. Verder krijgen we nog wat Qatar vlagggen en "The Netherlands" stickers in handen geduwd. Later op de dag komt Abdul afscheid nemen. De stalmeester heeft mooie kadootjes en we schamen ons dat we niets terug kunnen geven. We kijken naar zijn foto's en hij vertelt over zijn roemrijke ruiterverleden, welk door een gebroken arm bruusk tot een einde kwam en waardoor hij nu stalmeester is geworden i.p.v olympisch kampioen.
We wachten, we eten, we wandelen wat met de paarden en bereiden ons voor op de terugreis, die veel zwaarder zou worden als we ooit gedacht hadden.
20.00 Uur Paarden laden op volgorde. Paarden willen niet. De hengstenwagen is wat ongelukkig. De heren kunnen elkaar zonder veel moeite afmaken en dat proberen ze ook gelijk maar even. Alexandra blijft in de wagen, om Khairat uit de klauwen van anderen te houden. De truck zit vol tijgers en blijft schudden zolang we nog aan het laden zijn. Na veertig minuten is Touch aan de beurt. Ik kruip snel met mijn handbagage in dezelfde truck, teneinde een beetje in de buurt te kunnen blijven.
21.00 Uur: Vertrek naar Doha in colonne onder politiebegleiding. De vijftig kilometer worden een hel van eeuwigheid. De colonne rijdt slechts 20 KM PER UUR ! Arme Alexandra, die staat daar maar. Ik heb er weinig last van: ik val in slaap!
23.30 Uur: Aankomst Doha. Iedereen eruit. Eerst paspoort controle. Wachten. Koffie, wachten. Na veertig minuten zijn de passen in orde bevonden en mogen we door de röntgen. Bij Alexandra piept de metaaldetector. Ze moet mee en wordt ergens door twee dames (!) gefouilleerd. Het was de centuur van haar riem. We komen in een grote hal. Wachten. Wachten. En nog eens wachten. Michele, de reisorganisatrice van Hippavia is het zat en gaat stampij maken. Alexandra maakt zich zorgen om Kairat. De hengsten staan nu onder appel van een douaneer. Wachten. De Duitse groom van Anne Dorthe wordt aangehouden door drie soldaten met karabijns. Zijn fototoestel wordt afgepakt en het filmpje wordt verwijderd. Met een boze waarschuwing krijgt hij zijn lege camera terug: Fotograferen is hier verboden! Wachten. Iedereen wordt vreselijk chagerijnig. Waar wij op wachten? Op de bus! Die moet ons terug naar het vliegtuig brengen. Na een heftige woordenwisseling tussen de kleine driftige Michelle en een veel te grote, magere vliegjurk, komt er inderdaad een bus. Die brengt ons naar de paarden, die inmiddels aan de voet van het vliegtuig, op de landingsbaan (!) in de trucks op ons wachten! De bus stopt. De deuren blijven op slot. Wachten. De Noorse wordt hysterisch en vliegt de vliegjurk aan. Dit maakt de situatie er niet beter op. Soldaten met karabijnen bewaken de bus met die lastige buitenlanders. We proberen de vliegjurk te overtuigen dat Anne nog een kind is, overmoe en heimwee heeft. Anna's grote zorg is dat ze morgen te laat op school zal komen. Het arme kind is ver heen. Wedden dat ze nooit van haar leven nog buiten Noorwegen gaat rijden. Gelukkig kan ik diplomatiek op de vliegjurk inspelen. Anna hoeft niet naar de gevangenis, al scheel dat heel weinig. Schreeuwende mensen, daar houden ze hier helemaal niet van. Michelle krijgt ons "bevrijd" en om 02.15 uur kunnen we eindelijk gaan overladen. Paarden uit de truck, zo in de container. Door opstijgende vliegtuigen naast ons en het gebulder van machines overal, kun je elkaar nauwelijks verstaan. Ik wordt moe. Mijn ogen vallen dicht. De Noorse ligt huilend in de armen van de Zweedse amazone. Verslagenheid alom. De heerlijke sfeer van de hele week is weg. We zijn nu geen VIP's meer maar lastige cargo. Blijven denken aan positieve dingen! Ik som al mijn kadootjes op. Dat helpt. Het Emirboekje, 2 T-shirts van World Cup, 2pins, 2 sleutelhangers, 2 petjes, 1 Arabieren T-shirt, 1 klokje, 1 jeepshirt, 1 jas, 1 vedeo, 1 buckle, posters, kaarten, massa's uitslagen. Pins van Qatar, de World Cup, Nieuw Zeeland en Zweden. Het weegt nog niet op tegen dit lastige moment. Verder nog: voor twee personen en een paard een vliegreis, heen en weer. Waarde: enkele duizenden guldens. Acht dagen een super hotel, luxe maaltijden, drinken, koffie. Toch ook wel zo'n tweeduizend gulden. Gratis stal, hooi, stro, inschrijfgeld, rugnummer. O ja, een gloednieuwe auto voor een week. Ik kom zeker op fl.10.000,- per ruiter. Dus we hebben samen zo'n fl.20.000,- gekost. Ach, daar kun je best wel even voor wachten, of niet? Gelukkig, ik hoor de mannen aan onze truck beginnen. De paarden worden uitgeladen en in onze handen geduwd. Als alle paarden eruit zijn, gaat de klep dicht en rijdt de truck weg. Alsof ook zij blij waren dat het nu eindelijk begint te lopen.

Ze zijn naar huis. Weg. Daar sta je dan, temidden van een menigte en tegelijk moederziel alleen. Met een bang paard en net teveel handbagage. Je wilt het paard na uren vrachtwagen (warm en benauwd) laten drinken maar nergens is water. In het donker, met alle lawaai en onrust raakt het paard in paniek en nergens kun je schuilen. Nergens een veilig plekje. Het paard loopt in blinde angst weg en je denkt maar aan één ding: niet loslaten want we vangen hem nooit meer. Dan slaat de paniek ook om je eigen hart. Zover van huis, zo door god en alles verlaten. Alleen nog Angst. Angst bij het paard, rollende grote ogen, trillende neusgaten, parelend zweet op de oogleden. En angst bij de ruiter, wiens handen verkrampt uit alle macht om het leidsel verwrongen zitten. Pijn, blaren maar vooral die angst. Nooit in mijn leven ben ik zo bang geweest. Zo in paniek! Mijn gedachten zijn niet meer op een rij te zetten en die van het paard al helemaal niet. Veel te lang moeten we wachten voor we de container in mogen. De paarden voor ons willen niet. Touch hinnikt naar een vrachtwagen, waar nog paarden instaan. Het is haar Noorse buurvrouw. Eindelijk een bondgenoot. Ze duwt haar neus door het raampje en ik hou met mijn andere hand halster en tralies strak aan elkaar vast, zodat ze echt klem in het raam zit. Zo kan ze in ieder geval niet weg. Het eveneens nerveuse Noorse paard probeert haar weg te jagen door in haar neus te bijten. Ze trotseert het bijten en blijft angstvallig graag, zo dicht mogelijk bij de zwarte draversmerrie. Dan komt er iemand met een emmer water maar ik durf haar niet uit de tralies te laten komen. Ze wil nu toch niet drinken. Eindelijk, we mogen. Ik roep dat ze het schot breed moeten zetten. De mannen zijn boos en moe en roepen dat ik op moet schieten. "Schot opzij" roep ik, in gewoon nederlands en zwaai met min handen. De wind waait om mijn oren en het al warm draaiende vliegtuig is onoverstembaar. Ze wenken me gehaast. Ik wordt kwaad en wijs naar het schot. Hé, Hé, eindelijk komt iemand op het idee om het schot even aan de kant te doen. Ik roep tegen de bange bruine merrie "kom op!" en ik ren zonder omkijken de container in. Mijn doelgericht en vastberaden gehandel hebben de merrie overtuigd van dat wat nu pure noodzaak is en ze draaft me vol vertrouwen zonder twijfel achterna, de donkere box in. Samen klappen we hard tegen de achterzijde, aangezien het borstnet er nog niet hangt. Met een beetje hoofdpijn maar hoofdzakelijk opgelucht, tril ik na op mijn benen. Ik prijs mijn paard uitbundig. Ze duwt haar hoofd onder mijn schouder alsof ze zich daar veilig voelt. Aan de andere kant komt een Franse schimmel. Het middenvak blijft leeg. Gauw haal ik mijn handbagage en ben ik net op tijd terug. Op het karretje hobbelen we naar de hijsbrug en voor we er erg in hebben zijn we al boven. Beneden zie ik nog mensen laden en verbaas me over de rust die de paarden uitstralen. Zijn die nu zoveel gewend of is mijn draver nu een paniekzaaier? Zou ze daarom uit de draverswereld gegooid zijn?
Alles gaat in een stroomversnelling. Ineens staan alle boxen boven, de deur slaat dicht en het vliegtuig vertrekt. Het gaat allemaal iets te snel. Ik heb het vermoeden dat ik een stukje heb gemist. Een black-out waarschijnlijk. Het paard heeft zijn rust gevonden en trekt wild aan het hooinet. We moeten gaan zitten roept de stewart. Verdorie, er is nergens meer plaats. Dan ontdek ik Alexandra onder een lading Lufthansa-dekentjes. Ze heeft een hele rij ingepikt (zoals iedereen) zodat we kunnen liggen. Beide zijn we opgelucht. Wat duurde dat lang, wat was het een drama. Toch moeten we er nu om lachen. "Avontuur is avontuur en dan moet je niet zeuren!". Vergeten en vergeven. De Noorse is ontroostbaar. Ze zal de boot missen. De geplande vertrektijd van 01.00 uur, is door dat overloze gewacht nu 04.00 uur geworden. De start verloopt goed. Erna gaan we de paarden voeren (oren ontstoppen door slikken) en water geven. Touch eet en drinkt alsof ze al dagen niets meer heeft gehad. Gelukkig, die is weer de oude. We slapen aanvankelijk in. De herrie en de wind, die pijn in mijn oren doet, jagen me weg. Bij de paarden in de box is het rustiger en lekker warm. Ik zie de lege ruimte tussen de paarden en ....... idee ! Waarom niet. De deken die het paard om gaan krijgen zodra het koud wordt (het is nu nog warm) leg ik over de dikke laag schone krullen. Mijn jas drapeer ik over me heen en ik krijg een paar heerlijke uren nachtrust. Zelden heb ik zó heerlijk geslapen! Het verre vliegtuiggeronk, de knagende paarden en het zachte zaagsel zorgen voor een schril contrast met de buitenwereld. Hoe is het mogelijk, dat er in één uur, zo'n uitersten kunnen plaatsvinden? Eerst zou je van ellende willen verdwijnen en het volgende moment zou veel langer mogen duren.
Een schoppend paard wekt me: Enkele boxen verder hebben twee paarden ruzie en slaan tegen de wand. Het ijzer tegen de aluminium geluid draagt hier behoorlijk door. We blijken er al bijna te zijn. Ik prop hongerig een warme vliegtuig maaltijd naar binnen en geef het paard nog wat eten en water. Dan moeten we vast in de stoelen en gaan we landen. In de verte komt de zon op. Geen idee hoe laat het is.
Douane controleert aan boord de paspoorten. Het blijkt 08.00 uur te zijn. De boxen worden uitgeladen en naar de hal gebracht. Koud, niet normaal. Ik gooi de warme deken over het paard. Fijn, zo'n leeg middenvak! Nu kan ik mooi overal bij.
Wachten. Na 20 minuten (ik zit lekker warm in de paardenbox, mijn voeten bij de voeten van het paard, hoofd bij het hoofd van het paard.) hoor ik de stem van Miranda. Ik krijg een chocolade kerstman met de mededeling: "Sinterklaas!" Een pin uit Bahrain, waar de passagiers een tussenlanding maakten, krijg ik met een groots gebaar overhandigd. In onze dolle jacht naar pins van alle ruiters en uit alle landen, is dit een kostbaar geschenkje. "Hé, gaaf!" Op mijn beurt heb ik voor Miranda nog een Qatar speldje, een vlag en ..... de jas! Helemaal maf rent Miranda met de jas een rondje om me heen. Zo blij, met dit unieke kledingsstuk!

De paarden worden stuk voor stuk uit de boxen gehaald en door de douane gecontroleerd. Het is een uitgebreide controle en voor 48 paarden betekent dit zeker twee uur. Om 10.00 uur staan alle paarden op hun eigen veewagens. Hanna mag al weg. Om de boot niet te missen, waren haar papieren al zo snel mogelijk klaar gemaakt. Vader en dochter zijn gestressd. Het geschoren paard wordt zonder dek gehaasd in de truck "gegooid" en weg zijn ze. Rare mensen! De Zweden hebben geen haast. Ze nemen pas morgenavond de boot, om de paarden te ontlasten. Straks rijden ze naar Juliëtte Malison, boven in Duitsland, alwaar de paarden bijna 24 uur kunnen uitrusten! Spanje mag nog niet naar huis. Ze moeten in Darmstad 24 uur blijven, om Opel de gelegenheid tegeven uit te rusten van de reis. Het paard is nog steeds niet 100% en een lange autoreis zou op dit moment kwaad kunnen. Om twaalf uur begint iedereen een beetje boos te worden. De douane schijnt geen haast te maken. Alexander en Frans Brück dreigen nu de dierenbescherming te gaan halen als de papieren niet ógenblikkelijk worden vrijgegeven en de paarden naar huis kunnen. Volgens een jufrouw heeft het geen zin om de douane achter de broek te zitten. "Dan werken ze nog langzamer, want ze wensen niet opgejaagd te worden." Deze opmerking valt behoorlijk verkeerd en de beschaafde Duitse ruiters formeren een knokploeg. Het blijkt dat de douane wel degelijk achter de broek gezeten kan worden, want tien minuten later zijn de papieren in orde en mogen we weg.
De auto start niet! Na zeer lang aandringen gelukkig wel. Nog driehonderd kilometer naar huis. Alle slaapgebrek, emotie, tijdsverschil en wat nog meerzij maar die laatste driehonderd kilometer zijn de allerzwaarste. Je wil snel naar huis, vanwege het paard wat lang genoeg overal heeft moeten wachten, maar elk half uur dreig je in slaap te vallen en moet je even stoppen. Miranda heeft geen vrachtwagenrijbewijs. Dus moet ik het hele stuk zelf rijden. Vroeger, in het Mercedes busje, konden we om beurten rijden. Naar Zweden en Frankrijk waren we in no-time. Nu is het slepend en probeert Miranda me wakker te houden! Raststätte: Koffiè.
Om half vijf bereiken we Maastricht Airport. Melden en Miranda aan haar man overdragen. René is blij met de jas, die hij van Miranda krijgt. Hoe blij ze met de jas ook is, ze maakt nog liever haar man blij ermee! We nemen afscheid. "Ik bel vanavond!" René mopperd, of we elkaar nog geen minuut kunnen missen?
Nog tachtig kilometer naar huis. De radio is kapot en het wordt donker. Ik wil naar bed, ik wil naar bed, ik wil naar bed!
Thuis staat het ontvangst comitheé: TV8 (regionale tv), een spandoek met "Hé woestijnrat, terug in het koude gat?", moeders, de buurman en Dorus. Gauw het paard uitladen. Die is zó blij. De tv wil een kort intervieuw. Ik val om van de slaap. Zo wakker mogelijk beantwoord ik de vragen. Binnen kijk ik mijn stapel post in en dan wordt er gebeld.
De rijvereneging, vrienden, buren, kennissen, endurancecollega's: Zo'n zestig man komt zingend binnenvallen. Bloemen, kadootjes, zoenen en jawel, even snikken. (Het zal de vermoeidheid wel zijn!) Taart, vlaai, koffie (ik snapte al niet dat er zoveel water stond te koken!). Lia Bam heeft een liedje gemaakt met een vreselijk leuke tekst :

Melodie: Berend Botje

LOTJE Moerdijk uit Luyksgestel moest zo nodig naar Qataar.
Rennen, vliegen, hollen, draven hoe kom je in twee weken klaar.
Luxe stoelen in een vliegtuig zijn aan haar niet echt besteed.
Zij koos dus voor het bagage, KLAPSTOEL zette men gereed.
Neus aan neus toen met de merrie voet aan voet, wat zijn we close.
Samen in een heel klein hokkie ANDERS werd ons Lotje boos.
Zestig paarden in een zandbak feestje van een rijke sjeik.
Wereldbeker lange afstand WIE haalt daar nou z'n gelijk.
Voorspel is vaker heel wat leuker dan het hoogste hoogtepunt.
Dan kun je gerust verliezen MEEDOEN was op zich een stunt.
Lotje Moerdijk, de sportiefste gunt een ander ook de eer.
Wat ons betreft is zij de grootste GRANDIOOS en heel wat meer.

Moe of niet: Let's party! We hebben dan wel niets gepresteerd, maar we zijn er toch geweest. Alles is weer veilig en heel thuis en dàt is ook wel een feestje waard! Ik pak mijn gekregen kadootjes uit en laat alles zien. "Wat een mooie buckle". "Wauw, wat een jas!" De video laat ik zien. Er staat niets op van de wedstrijd, het is een Qatarpromoband. Er staat een stukje desertmarathon op, wat toch een mooi beeld geeft! Het lijkt een beetje op de rit. In de serie hotels komt uitgebreid het Sealine Beach Resort aan bod en heel gedetaileerd kan ik laten zien waar we sliepen. Jack Velings (de sponsor) is vol belangstelling naar alle nieuws en vol trots laten we ook de trofeeën zien die we gekocht hebben voor Enduro Eersel. Zijn deken, mét IS- logo, is uitgebreid op de Brabantse tv geweest. Reclame hebben we dus gemaakt!
De vermoeidheid voel ik niet maar als de gasten huiswaarts gaan, voel ik mijn voeten niet meer. Ik slaapwandel!
Voor ik naar bed ga, nog even langs het paard. Tevreden staat ze te eten. Als ik haar wil aaien, mag dat niet. Op haar linkerhals zit een zeer pijnlijke dikke bult. Aan die zijde zat ook het deurtje van de box. Kou gevat waarschijnlijk. Ik doe er een kampferlinement op, doe Touch een warme wollen halsdeken aan en masseer de pijnlijke plek, zachtjes, over de deken heen. Ze vindt dit wel lekker. Na een paar dagen zal het wel weg zijn. Net als mijn eigen stijve nek van de tocht op de vliegtuigstoeltjes. Ze ziet er lief uit: De halsdeken bedekt ook half haar hoofd, twee gaten voor haar ogen en twee enorme wollen oren.
En dan, dan ga ik eindelijk naar bed. Het is half één, donker, koud. Als verdoofd, val ik op mijn eigen bed, als een blok in slaap.
Bij het eerste ochtengloren word ik wakker. Heel goed moet ik erover nadenken. Is het allemaal echt gebeurd, of was het -heel cliche- slechts een droom?

einde.....

For absent friends:
. Max Minekus ..Eric Anema ...Alexander Stadler

Dit verhaal is voor een deel onder deze palmboom op dit privéstrandje geschreven...
Verder op vlieghavens, in wachtkamers, etc...

 


next

homenu